Foto: Michael Gaida / Pixabay

De werkvoorraad in de sector grond- en waterbouw is in januari licht gestegen ten opzichte van december 2021: van 8,2 maanden naar 8,5 maanden. De orderportefeuille in de wegenbouw bleef stabiel op 6,4 maanden. Dit blijkt uit de maandelijkse conjunctuurmeting door het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie.

De conjunctuurmeting is gebaseerd op de gegevens van circa 225 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden – niet alleen in de grond- water- en wegenbouw, maar ook in de burgerlijke en utiliteitsbouw. Bijna de helft van de bedrijven gaf in januari aan stagnatie te ondervinden in onderhanden werk. De gww-bedrijven in de meting gaven als belangrijkste oorzaken voor die stagnatie een gebrek aan orders en een tekort aan materialen.

Prijsstijgingen verwacht

De productie is de afgelopen drie maanden bij 15 procent van de bedrijven toegenomen en bij één op de tien bedrijven afgenomen. Een kwart van de bedrijven beoordeelde hun orderpositie in januari als ‘groot’, terwijl 5 procent die juist als ‘klein’ kwalificeerde. Zo’n 25 procent van de bedrijven verwacht ook dat ze de komende drie maanden meer personeel zullen aannemen, waar 5 procent verwacht dat de personeelsbezetting juist gaat afnemen. Drie op de vijf bedrijven verwachten dat de prijzen in het komende kwartaal gaan toenemen. Niemand verwacht een prijsdaling.
Tekst loopt verder onder de grafiek

orderportefeuille
Bron: EIB, maart 2022

Van voor de oorlog

De conjunctuurmeting vond uiteraard plaats vóór de oorlog in de Oekraïne, die het prijsniveau nog eens extra zal opschroeven. Mogelijk hebben die hogere prijzen ook gevolgen voor de orderportefeuille in de b&u en gww. De Aannemersfederatie Nederland Bouw & Infra (AFNL) heeft al alarm geslagen en benadrukt dat de door de oorlog veroorzaakte prijsstijgingen niet eenzijdig bij mkb-aannemers in de bouw en infra mogen worden neergelegd.