Omzet GWW-sector in 2021 Q3 daalt voor vierde kwartaal op rij

GWW-sector - foto wegenbouw

In het derde kwartaal van 2021 zag de grond-, weg- en waterbouwsector zijn omzet dalen, voor het vierde achtereenvolgende kwartaal. Het omzetverlies over het derde kwartaal 2021 bedraagt bijna 10 procent ten opzichte van het derde kwart 2020. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers. De bouwsector als geheel noteerde juist een omzetstijging, van 6%. Het CBS wijt de achterblijvende resultaten van de GWW-sector vooral aan de stikstofproblematiek.

In het derde kwartaal van dit jaar daalde de omzet in de GWW met 9,5 procent. Kleine bedrijven in deze bedrijfstak (met maximaal tien personeelsleden) haalden in het derde kwartaal wel meer omzet dan een jaar eerder, bij middelgrote en grote bedrijven (vanaf tien werkzame personen) daalde de omzet met 11,4 procent.

Gevolgen stikstofcrisis

Van de drie grootste deelsectoren binnen de bouw heeft de GWW het meeste last van de stikstofuitspraak van de Raad van State in mei 2019. GWW-bouwers lopen vertragingen op bij de uitvoer van infrastructurele werken, doordat er onvoldoende stikstofruimte beschikbaar is voor grote nieuwe wegenprojecten. Het Economisch Instituut voor de Bouw heeft eerder dit jaar berekend dat 30 procent van de projecten in de plannings- en verkenningsfase met minimaal een jaar is vertraagd en 16 procent van de projecten in de realisatiefase. Die laatste projecten zijn vaak al aanbesteed. Bouwbedrijven hebben hun materiaal en personeel dus al ingepland voor deze projecten, maar kunnen vervolgens niet starten met de uitvoering.

Sectorbreed minder faillissementen

Het aantal faillissementen in de bouw blijft dalen, constateert het CBS. Die trend bestaat sinds medio 2020. In de zomer van 2021 (juli, augustus en september) zijn in totaal 92 bouwbedrijven gefailleerd.

Minder vergunningen

Het CBS meldt dat in vergelijking met de het derde kwartaal het aantal afgegeven vergunningen is gedaald met 13 procent. De analyse van het statistiekbureau maakt niet duidelijk in hoeverre de omzetstijging van bouwondernemingen die actief zijn in de woningbouw en de brede utiliteitsbouw toe te schrijven is aan de prijsstijgingen van bouwmaterialen, zoals hout, beton en staal.