Woon-werkverkeer per fiets heeft in Nederland een aandeel van 25 %. Dat is mede te danken aan het uitgebreide netwerk van vrijliggende fietspaden in ons land. Zonder het comfort van die infrastructuur zou het aandeel fiets stokken bij 20 % en de 350.000 afhakers zouden vooral de auto als alternatief gebruiken. Dit blijkt uit modelonderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). Verdere uitbreiding van de fietsinfra kan het aandeel fietsforensen nog doen toenemen.
Het CPB onderzocht het effect van fietsinfrastructuur op wonen, werken en woon-werkverkeer; drie zaken die nauw met elkaar samenhangen, ook in keuzes die mensen maken. Het ruimtelijk economisch analysemodel is gebaseerd op data uit 2016 van OViN, ODiN en het CBS. De volledige Nederlandse infrastructuur is in het model opgenomen.
Vrijliggende fietspaden
Het CPB-onderzoek kijkt specifiek naar vrijliggende fietspaden; fietspaden langs drukke wegen met een duidelijke scheiding tussen de weg en het fietspad. Om de invloed van fietspaden op wonen, werken en reizen te analyseren, vergeleek het CPB de huidige situatie met een scenario zonder deze infrastructuur.
De fietspaden maken het aantrekkelijker om op de fiets naar het werk te gaan. Fietsers hoeven minder om te rijden door bijvoorbeeld woonwijken, wat hun reistijden verkort. Meer forensen pakken daarom de fiets in plaats van de auto en gaan dichter bij hun werk wonen.
Ruimtelijk effect
De fietspaden zijn zo niet alleen van invloed op het woon-werkverkeer. Hun aanwezigheid heeft ook ruimtelijke effecten. Een kleinere afstand tussen woning en werk en hogere bevolkingsdichtheden maakt steden op de langere termijn compacter. Uit de scenariovergelijking blijkt dat er met vrijliggende fietspaden een 6 % kortere woon-werkafstand is dan zonder vrijliggende fietspaden. In (de buurt van) steden neemt de bevolkingsdichtheid toe met 5 %, doordat mensen dichter bij hun werk gaan wonen of dichter bij huis gaan werken als fietsen aantrekkelijker is. Bij gelijke reistijd verkiezen veel mensen primair de fiets boven de auto als vervoermiddel om naar hun werk te reizen.
Geen extra files
Doordat in stedelijke omgevingen de ruimte voor nieuwe infrastructuur veelal beperkt is, komen fietspaden daar vaak in de plaats van rijstroken voor auto’s. Toch leidt dit niet tot meer verkeerscongestie, omdat een aantal forensen op de langere termijn overstapt van de auto naar de fiets. Deze verschuiving compenseert het verlies aan ruimte op de weg voor auto’s.
Een hogere gemiddelde fietssnelheid kan deze effecten op stedelijke compactheid verder versterken. Die grotere snelheid is onder meer te bereiken als het aantal e-bikes stijgt, als er meer doorfietsroutes komen en als fietsverkeer een prioriteitsstatus krijgen in de afhandeling van complexe verkeerssituaties. Bij een 10 % hogere fietssnelheid stijgt het aandeel fiets in het forensenverkeer volgens het onderzoek met 3 %-punt naar 28 %. Met name in steden kan dit leiden tot nog meer fietsgebruik en kortere reisafstanden. Wel moet daarbij rekening worden gehouden met de verkeersveiligheid.
Onderzoeksrapportage
Het Engelstalige onderzoeksrapport ‘Cycling cities: Mode choice, car congestion, and urban structure’ en een Nederlandstalige samenvatting ‘De effecten van fietsinfrastructuur op wonen, werken en reizen’ zijn te downloaden van de CPB-site.












