HSL
Een Eurostar-trein rijdt over de HSL (foto: ProRail).

Spoorwegbeheerder ProRail maakte op 25 januari bekend dat op een deel van het HSL-traject tussen Amsterdam en Rotterdam treinen minder hard mogen rijden. Uit een ‘quickscan’ bleek namelijk dat niet alleen het viaduct Zuidweg bij Rijpwetering scheuren vertoont, maar dat nog eens negen bruggen en viaducten daarmee te maken hebben.

Op het trajectdeel tussen Hoofddorp en de noordingang van de Groene Harttunnel bij Hazerswoude blijken de kunstwerken niet stevig genoeg om de trillingen die gepaard gaan met snelrijdende treinen aan te kunnen. Dat was al bekend voor viaduct Zuidweg, waar treinen sinds het najaar van 2022 al met een snelheid van 80 kilometer per uur rijden (in plaats van 300 kilometer per uur), omdat daar in het kunstwerk een constructiefout was ontdekt.

Dezelfde fouten

De negen bruggen en viaducten hebben hetzelfde ontwerp als viaduct Zuidweg en daarom was daar sinds de zomer van 2023 uit voorzorg de maximumsnelheid al verlaagd tot 160 km/u. Uit de quickscan blijkt nu dat bij de negen kunstwerken inderdaad dezelfde constructiefouten zijn gemaakt.

Rijkswaterstaat

Volgens deskundigen zouden de fouten onder meer het gevolg zijn van verkeerd geslagen of te korte heipalen bij de aanleg van de viaducten. “De HSL-kunstwerken werden destijds gebouwd door Rijkswaterstaat, in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat”, meldt ProRail in een persbericht. “Bij de bouw van alle tien viaducten blijken constructiefouten te zijn gemaakt.”

Snelheidsbeperking

Uit de quickscan blijkt bovendien dat de constructie van vier kunstwerken niet sterk genoeg is om 160 kilometer per uur te blijven rijden. De snelheid is op deze locaties daarom verder teruggebracht naar 120 kilometer per uur. Op de vijf viaducten waar wel een constructiefout is ontdekt, maar nog geen schade is ontstaan, kan de maximale snelheid in principe 160 kilometer per uur blijven. Maar omdat de viaducten met de beperking van 160 of 120 dicht bij elkaar liggen en tussentijds versnellen en vertragen niet gaat, rijden de treinen op het deel tussen Hoofddorp en de Groene Harttunnel in principe 120 kilometer per uur – en dus 80 bij Rijpwetering. Hoelang deze snelheidsbeperking gaat duren is onbekend.

Achterstallig onderhoud

Het spoor in Nederland kampt met de nodige problemen. Achterstallig onderhoud aan het spoor, de viaducten en de spoordijken speelt op alle baanvakken in het land. Vorig jaar november waarschuwde ProRail er nog voor dat een groot aantal spoordijken in het Nederlandse spoorwegnet niet voldoet aan de veiligheidheidsnorm. Tegelijkertijd wordt er op grote schaal onderhoud gepleegd. Op veel trajecten reden hierdoor de treinen vorig jaar met meer vertragingen dan in voorgaande jaren. Er reden ook minder treinen dan contractueel met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is afgesproken.

Branche waarschuwde al eerder

Dat achterstallig onderhoud van spoordijken en viaducten past in een breder beeld van de infrastructuur in Nederland. De infrasector waarschuwde daar al voor. Drie jaar geleden waarschuwde een brede coalitie van infrapartijen, met Techniek Nederland, Koninklijke Bouwend Nederland, Vereniging van Waterbouwers, MKB Infra, Cumela en NLingenieurs, al dat er structureel onvoldoende geld was om de infra betrouwbaar, toekomstbestendig en veilig te maken. De brancheorganisaties wezen erop dat een groot deel van de Nederlandse bruggen, viaducten, sluizen en andere infrastructurele werken kort na 1950 is gebouwd en dringend toe is aan onderhoud of vervanging. Er was bij Rijkswaterstaat dat jaar echter geen geld meer beschikbaar voor nieuwe beheer- en onderhoudscontracten van bestaande infrastructuur.

‘Uitdaging’

In maart 2023 besloot minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat om jaarlijks 3 miljard euro steken in instandhouding en renovatie van de Nederlandse infrastructuur. Dat betekent een enorme koerswijziging en Jan Hendrik Dronkers, secretaris-generaal bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, noemde het “een nieuwe uitdaging voor het hele departement”.