waterstofmarkt en -infrastructuur
De onderzoekers voorzien een markt van maximaal 7,1 miljoen ton waterstof, geproduceerd met offshore windenergie (foto: Mariusz Paździora/CC).

Een Nederlands-Duitse samenwerking voor het ontwikkelen van een gemeenschappelijke waterstofmarkt en -infrastructuur levert veel kansen op voor het realiseren van een CO2-vrije economie in de regio. Dat blijkt uit haalbaarheidsonderzoek van het Duitse onderzoeksinstituut Forschungzentrum Jülich, het Duitse energieagentschap Dena en het Nederlandse TNO. Vooral in industrie en vervoerssector liggen veel kansen voor groene waterstof.

In het door de drie organisaties geschetste scenario worden vraagcentra in zowel Nederland als Noordrijn-Westfalen via een backbone van ruim 5000 km aaneengesloten leidingen voorzien van maximaal 7,1 miljoen ton waterstof, geproduceerd met offshore windenergie. De onderzoekers verwachten dat een gemeenschappelijke Duits-Nederlandse waterstofmarkt tussen nu en 2050 kan uitgroeien tot zeven maal de huidige omvang.

Ook opslag nodig

In dit zogeheten HY3-project namen TNO en partners de verschillende facetten van de waterstofwaardeketens onder de loep om te kijken hoe de waterstofproductie op zee en aan de Nederlandse en Duitse Noordzeekust kan worden verbonden met vraagcentra in zowel Nederland als Duitsland, met name Noordrijn-Westfalen. Niet alle waterstof zal overigens worden geproduceerd met offshore windenergie. Om vraag en aanbod gedurende het jaar in evenwicht te houden, zal er ook waterstof geïmporteerd moeten worden en zijn er bijna 60 zoutcavernes nodig voor ondergrondse opslag.

Aaneengesloten infrastructuur voor transport en opslag

De beheerders van zowel het Nederlandse als het Duitse aardgastransportnet hebben hun visie op een nationale waterstofbackbone gepubliceerd. Deze publicaties zijn gebruikt als uitgangspunt voor de analyse van een eventuele transnationale waterstofinfrastructuur. De beoogde toekomstige infrastructuur omvat ruim 5000 km aangepaste aardgasleidingen. Uit het onderzoek bleek dat er door grotendeels gebruik te maken van bestaande aardgasleidingen voor het transport van waterstof in Nederland en Duitsland tot 2030 voldoende transportcapaciteit is. Na 2030 zouden er knelpunten kunnen ontstaan in bepaalde gebieden rond importhavens voor waterstof.

Flexibiliteit

Door bestaande en nieuwe zoutcavernes in Nederland en Duitsland te ontwikkelen voor waterstofopslag, ontstaat er volgens het haalbaarheidsonderzoek nuttige en noodzakelijke flexibiliteit binnen het energiesysteem. In 2030 zijn er één tot vijf cavernes nodig, die elk ruimte bieden voor de opslag van ongeveer 250 GWh aan waterstof. Tot 2050 loopt dit aantal op naar 49 tot 57 cavernes, uitsluitend voor waterstofopslag.

‘Voordeel voor beide regio’s’

René Peters, directeur Gastechnologie bij TNO: “Het gebruik van waterstof om de industrie en vervoerssector CO2-vrij te maken zal waarschijnlijk eerder versnellen als het op Noordwest-Europese schaal kan worden toegepast. Het HY3-onderzoek laat niet alleen zien hoe waardevol het is om een aaneengesloten infrastructuur voor waterstoftransport aan te leggen op basis van de bestaande gasleidingen in Nederland en Noordrijn-Westfalen, maar ook dat beide regio’s veel voordeel zouden hebben van het ontwikkelen van de productie van groene waterstof op basis van offshore wind, het importeren van waterstof in bepaalde havens en opties voor grootschalige waterstofopslag in zoutcavernes in de grensregio’s. Nederland en Duitsland kunnen de grootschalige inzet van waterstof versnellen door aan de slag te gaan met het ontwikkelen van een onderling verbonden infrastructuur voor waterstoftransport en -opslag.”

Lees de conclusies van het onderzoek naar de haalbaarheid van een gemeenschappelijke Duits-Nederlandse waterstofmarkt en -infrastructuur in het (Engelstalige) onderzoeksrapport ‘Large Scale Hydrogen Production from Offshorewind to Decarbonise the Dutch and German Industry’.