Foto: Pxhere

Zes brancheorganisaties in de infrasector vragen de opdrachtgevers om rekening te houden met de marktverstoring die wordt veroorzaakt door de oorlog in Oekraïne. Infrabedrijven vrezen dat aanbestedingen en projecten worden uitgesteld of afgesteld en hebben tegelijk te maken met onduidelijkheid over de verdere ontwikkeling van prijzen en levertijden. De brancheorganisaties werken aan een ‘Handelingskader Oekraïne’.

“De oorlog in Oekraïne die inmiddels al vijf weken voortduurt, begint steeds dieper in te grijpen in ons leven en onze bedrijven”, schrijven de brancheorganisaties in een open brief. “Op vele manieren krijgen de bij ons aangesloten bedrijven te maken met de gevolgen daarvan.” Om te inventariseren welke invloed dit heeft op de bedrijfsvoering hebben Koninklijke Bouwend Nederland, Cumela, Vereniging MKB Infra, Koninklijke NLIngenieurs, Techniek Nederland en de Vereniging van Waterbouwers een onderzoek gedaan onder hun leden en gevraagd welke gevolgen (direct en indirect) zij ervaren van de Oekraïnecrisis.

De belangrijkste problemen die de leden van de zes brancheorganisaties ervaren, zijn:
1. Stagnaties van de levering van metaal/staal, gebakken klinkers, hout, (stort)steen, bekabelingsmateriaal, kunststof bouwproducten, bitumen en op termijn mogelijk ook zand & grind. Dit verstoort het bouwproces (qua fasering en bouwtijd).
2. Enorm gestegen inkoopprijzen van grondstoffen, bouwmaterialen en brandstoffen & energie. Projectresultaten staan daardoor onder spanning en worden in veel gevallen verliesgevend.
3. Bouwtijd en bouwkosten nemen toe door stagnerende en onregelmatige leveringen.
4. Onzekerheid over marktontwikkelingen.

Onderbezetting

Naast de onzekerheid over beschikbaarheid en prijzen van productiemiddelen zijn ondernemers bang voor uitstel of afstel van nieuwe aanbestedingen en opdrachten, vanwege de onzekere marktsituatie en de afnemende beschikbaarheid van grondstoffen en materialen. Als gevolg daarvan vrezen zij op termijn onderbezetting. Anderzijds zijn ondernemers zelf ook terughoudend bij het aangaan van nieuwe contracten, stellen de brancheorganisaties vast. Vooral door onzekerheid over de verdere ontwikkeling van prijzen en levertijden. “Dit zijn risico’s die vaak contractueel worden toebedeeld aan opdrachtnemers, terwijl zij deze risico’s in de huidige situatie niet kunnen inschatten. Deze onzekerheden bedreigen de continuïteit van het bouwproces en de bouwondernemingen zelf”, aldus de zes organisaties in de open brief.

Handelingskader

De briefschrijvers melden dat er inmiddels ook opdrachtgevers zijn die oog hebben voor deze onverwachte marktverstoring en met de infraondernemers het gesprek aangaan en openstaan voor een evenwichtige risicoverdeling. Ook denken ze mee over oplossingen, zoals het gebruik van alternatieve materialen, het aanpassen van de planning, het vergoeden van hogere kosten, rekening houden met een kortere geldigheidsduur van offertes, of kijken naar mogelijkheden om voorraden aan te leggen. Maar niet alle infraopdrachtgevers zijn bereid het gesprek hierover met hun opdrachtnemers aan te gaan, stellen de brancheorganisaties. Daarom werken ze nu aan een gezamenlijk ‘Handelingskader Oekraïne’. Het doel daarvan is te komen tot eenduidigheid en evenwichtige afspraken over de verdeling van de risico’s tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. “Hierover hebben we met de meest betrokken ministeries reeds verkennende gesprekken gevoerd”, schrijven de zes in hun brief. “Wij streven er nu naar dat ook alle andere infraopdrachtgevers zich hierbij aansluiten. Het streven is om zo snel mogelijk tot afspraken te komen.”

AFNL

Eerder riep ook Aannemersfederatie Nederland Bouw & Infra (AFNL) alle partijen in de bouwketen op om in de onzekere economische situatie door de oorlog in Oekraïne redelijkheid en billijkheid te tonen. “De ontregeling die door de oorlog ontstaat, zal veel bedrijven in problemen brengen. Dergelijke bijzondere en onvoorziene omstandigheden met enorme prijsstijgingen kunnen niet eenzijdig bij mkb-aannemers in bouw en infra worden neergelegd”, stelde Rielèn van der Hoek, hoofd van het politiek beleidsbureau van de brancheorganisatie.