Veel infrastructuur in Nederland gaat al een flinke tijd mee en is toe aan groot onderhoud of zelfs renovatie. Zoals de Stationsbrug in Middelburg (bijna 70 jaar oud). Afgelopen winter werd de brug voor groot onderhoud naar Krimpen aan den IJssel getransporteerd, waar de brug een uitgebreide verjongingsbehandeling kreeg. De Stationsbrug werd tijdens de renovatie tijdelijk vervangen door een pontonbrug (foto: Rijkswaterstaat/Harry van Reeken).

Voor de periode van 2022 tot 2034 is er zo’n 3 miljard euro extra nodig voor beheer, onderhoud, vervanging en renovatie van bestaande vaar-, spoor- en autowegen, bruggen, viaducten, tunnels, waterkeringen en sluizen. Dat heeft extern onderzoek bevestigd, nadat Rijkswaterstaat en ProRail daar al eerder op hadden gewezen. Minister Van Nieuwenhuizen en staatssecretaris Van Velthoven schrijven dat in een brief die zij op 19 juni naar de Tweede Kamer stuurden.

Op Prinsjesdag 2019 kondigden de minister en de staatssecretaris al aan extra geld te reserveren voor onderhoud en renovatie. Rijkswaterstaat trekt de komende twee jaar in totaal 265 miljoen euro extra uit. Bij ProRail gaat het in diezelfde periode om 151 miljoen euro aan extra uitgaven voor onderhoud.

Miljarden meer nodig
Onderzoek door accountantsbureau PWC en adviesbureau Rebel maakt echter duidelijk dat ProRail en Rijkswaterstaat ook na 2021 fors meer budget nodig hebben voor beheer & onderhoud en vervanging & renovatie. Het gaat voor Rijkswaterstaat in de periode 2022-2025 om een bedrag tussen de 1 en 1,4 miljard euro per jaar. De budgetbehoefte voor ProRail is circa 7 miljard euro voor de periode 2022-2025 en circa 14 miljard euro voor de periode 2026-2034. Wanneer deze bedragen worden afgezet tegen de beschikbare budgetten, is er 3 miljard euro extra nodig voor de periode 2022-2034, zo schrijven de bewindslieden in hun brief aan de Kamer.