De aanleg van een waterstofnetwerk dat in 2030 de vijf grote industrieclusters in Nederland met elkaar en buurlanden moet verbinden, loopt vertraging op. Dat meldt de NOS, die zich daarbij baseert op een onderzoeksrapport van de Algemene Rekenkamer.
Het onderzoeksrapport, genaamd Aanleg waterstofnetwerk onder hoge druk richt zich op de verwachte doeltreffendheid en doelmatigheid van de inzet van publiek geld voor de aanleg van een landelijk waterstofnetwerk. Dit netwerk wordt aangelegd door Hynetwork Services (HNS), een dochteronderneming van Gasunie.
1.200 km lang netwerk
In november 2023 stelde de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) een subsidie van maximaal €750 miljoen beschikbaar voor de aanleg van dit landelijk dekkend waterstofnetwerk, dat in 2030 gereed moet zijn. De totale kosten werden geraamd op circa €1,5 miljard. Het waterstofnetwerk wordt circa 1.200 km lang en verbindt de vijf grote industrieclusters van ons land, importterminals en de waterstofopslag in het Groningse Zuidwending.
Een grote kink in de kabel is echter het tot nu toe achterblijvende aanbod door productie en import van groene waterstof ten opzichte van de verwachtingen. Ook blijft de vraag naar groene waterstof van bedrijven achter. En dat heeft negatieve gevolgen op de ontwikkeling van de waterstofinfrastructuur, die normaal gesproken vraag en aanbod met elkaar verbindt. Op dit moment is er in Nederland slechts één bedrijf dat een elektrolyser bouwt (200 MW) en dat is Shell.
Meer dan twee keer zo duur
De Algemene Rekenkamer concludeert dat de aanleg van het waterstofnetwerk niet alleen twee jaar langer zal duren dan eerder geraamd, maar dat het ook veel duurder zal worden dan eerder aangenomen. De meest recente raming uit 2025 stelt de kosten niet op de eerdergenoemde €1,5 miljard, maar op €3,8 miljard. Daaraan ten grondslag liggen onder meer de hogere prijzen voor staal, minder hergebruik van aardgasleidingen dan eerder aangenomen en nieuwe duurzaamheidseisen.
Een bijkomende moeilijkheid is dat (groene) waterstof op sommige vlakken een minder aantrekkelijk alternatief voor fossiele brandstoffen is geworden dan eerder werd gedacht. Huizen worden steeds meer verwarmd met een warmtepomp of via een warmtenet en ook elektrisch rijden rukt steeds verder op. Ook de ontwikkeling van batterijen voor het opslaan van duurzame elektriciteit zet door.
Kip-ei-probleem
De energie-intensieve basisindustrie, zoals raffinage, chemie, productie van staal en kunstmest, is verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de Nederlandse energievraag. De laatste jaren rijst er in de politiek en maatschappij echter steeds vaker de vraag of deze industrieën in Nederland moeten blijven. Diverse chemische fabrieken hebben inmiddels de deuren al gesloten in ons land. Door deze en andere factoren blijf de marktontwikkeling voor groene waterstof – en daarmee de vervanging van aardgas door deze alternatieve energiebron – achter.
De Algemene Rekenkamer spreekt van een kip-ei-probleem: een grootschalige markt voor (groene) waterstof komt niet van de grond zonder transportnet, maar het transportnet komt niet tot stand zonder een vraag naar transport vanuit de markt. De Europese Unie staat – onder voorwaarden – toe dat de overheid dit marktfalen oplost door een subsidie. Deze subsidie is echter uitsluitend bedoeld om de aanloopverliezen van HNS te dekken. Het probleem is dat toen de subsidie op maximaal €750 miljoen werd vastgesteld, de verwachte kosten van het waterstofnetwerk op €1,5 miljard werden geraamd en niet op €3,8 miljard. Bovendien zal het waterstofnetwerk bij voltooiing – twee jaar later dan oorspronkelijk geraamd dus – minder waterstof gaan transporteren dan eerder gedacht. Omdat de tarieven voor groene waterstof niet oneindig hoog kunnen zijn, levert dit financiële uitdagingen voor HNS op.
Deeltracés ook onder druk
De Algemene Rekenkamer stelt vast dat HNS bij de subsidieaanvraag in 2023 de totaal benodigde verliescompensatie raamde op €857 miljoen, €107 miljoen meer dan de maximale subsidie. Daarmee was de rek er toen al uit. In de huidige situatie, met kosten die meer dan twee keer zo hoog liggen én een lager dan eerder aangenomen transportvolume, heeft HNS het over een totale benodigde verliescompensatie van €2,5 miljard.
De veel hogere kosten zetten ook de aanleg van deeltracés onder druk, aldus de Algemene Rekenkamer. Het is daarmee nog maar de vraag of alle deeltracés zullen worden aangelegd. De minister van Financiën en HNS hebben namelijk afgesproken per deeltracé te kijken of er voldoende vraag voor is. Het kip-ei-probleem ontstaat daarmee ook per deeltracé.
Volgens de Algemene Rekenkamer had de minister van KGG bij de vormgeving van de subsidie meer moeten aansturen op doelmatigheid: “Ze heeft namelijk geen afwegingen gemaakt tussen de risico’s die ze draagt en de hoogte van het rendement dat ze Gasunie/HNS toestaat in de ongereguleerde periode.” Daarnaast was de kostenraming van €1,5 miljard in 2021 van onvoldoende kwaliteit voor het nemen van het subsidiebesluit in 2023, onder meer vanwege het gedateerde prijspeil. Ook op andere punten zijn steken laten vallen, waardoor de Tweede Kamer geen volledig beeld van de situatie kreeg.
Beter informeren
De Algemene Rekenkamer adviseert de minister van KGG zich bij andere grote projecten op weg naar klimaatneutraliteit in 2050 – zoals waterstofopslag, afvangen en opvangen van CO2, warmtenetten –de onzekerheden zo goed mogelijk in beeld krijgt en beheerst. Ook moet de Tweede Kamer beter geïnformeerd worden.












