Het blijft hoofdbrekens kosten: de plaats van de speed pedelec in het verkeer. Recent onderzoek wijst uit dat fietsers met supersnelle fiets vaak minutenlang voor een rood licht staan, omdat ze niet herkend worden door detectielussen in het wegdek. Dat meldt de Telegraaf.

Het kennisplatform CROW-Fietsberaad laat weten het probleem te kennen: “Het is een kwestie van afstellen van de detectielussen die verzonken zijn in het wegdek”, zegt een medewerker in de krant. Een moeilijk op te lossen vraagstuk, want de lussen kunnen wel anders worden afgesteld, maar dan zou het verkeerslicht mogelijk juist weer op te veel bewegingen kunnen reageren.

Brommer voor de wet
De speed-pedelec biedt trapondersteuning tot 45 km/uur, tegen 25 km/uur voor de gewone elektrische fiets. Dat is ook de reden dat dat de speed-pedelec wettelijk aangemerkt wordt als bromfiets. Het voertuig moet een kenteken hebben, de bestuurder heeft minimaal een bromfietsrijbewijs nodig en draagt verplicht een helm.

Plaats op de weg
De speed pedelec is op zich  een mooi alternatief voor de auto – hij zou de spits kunnen ontlasten omdat hij zich prima leent voor woon-werkverkeer. De wetgever breekt zich echter het hoofd over waar de speed pedelec moet rijden. Vooralsnog is dat niet op fietspaden, maar als ‘bromfiets’ veelal tussen het overige verkeer.

Wachten op hulp van een auto
Een van de gevolgen daarvan is dus dat de snelle elektrische fietsen dus vaak geen groen licht krijgen, en moeten wachten op een auto die hen weer doorgang helpt krijgen. In Rotterdam mogen speed pedelecs vanaf 1 april met een speciale ontheffing ook gebruikmaken van het fietspad. In sommige andere plaatsen is dit al langer het geval.