Tweede fase MIRT-Verkenning A15 Papendrecht – Gorinchem van start

A15 Gorinchem (foto: Paul van Baardwijk in opdracht van ministerie van Infrastructuur en Waterstaat).

Een consortium van TAUW, Goudappel Coffeng, APPM en Rebel heeft opdracht gekregen voor het tweede deel van de MIRT-Verkenning van de A15 Papendrecht – Gorinchem. De opdracht is uitgezet door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in nauwe samenwerking met Rijkswaterstaat en de provincie Zuid-Holland. De verkenningsfase is opgesplitst in twee delen; de eerste fase is deze zomer succesvol afgerond.

De A15 vormt een belangrijke logistieke verbinding tussen de haven van Rotterdam, Arnhem, Nijmegen en Duitsland. De A15 Papendrecht – Gorinchem kent nu al problemen met de doorstroming. De verwachting is dat de fileproblemen op dit deel van de A15 in de toekomst verder toenemen. Bovendien gebeuren er op het tracé Papendrecht – Gorinchem relatief veel ongevallen. Daarom wordt een zogenoemde MIRT-Verkenning uitgevoerd. De MIRT-Verkenning richt zich op het onderzoeken van oplossingen om de doorstroming en de verkeersveiligheid in beide richtingen op de A15 tussen Papendrecht en Gorinchem te verbeteren, zodat de betrouwbaarheid van de reistijd op het netwerk en de bereikbaarheid van het gebied verbetert.

Terugblik: probleemanalyse
Na de start van de verkenningsfase halverwege 2019 is meer inzicht verkregen in de problemen op de A15 en de kenmerken van het gebied. Hiervoor is een breed participatieproces met de omgeving van de A15 ingezet, waarbij gebruik is gemaakt van de lokale deskundigheid. Uit het participatieproces zijn diverse oplossingen naar voren gekomen.

Oplossingsrichtingen
De kansrijk gebleken oplossingen zijn samengebracht in maatregelpakketten die verder zijn uitgewerkt en onderzocht. Daarbij is er ook nadrukkelijk aandacht voor duurzaamheid en adaptiviteit. Uiteindelijk vormen drie alternatieven het vertrekpunt voor het tweede deel van de verkenningsfase.

Vooruitblik: uitwerking opties
In het vervolg van de verkenningsfase gaan we aan de slag om de drie alternatieven verder te onderzoeken en ontwerptechnisch uit te werken. De maatregelpakketten bestaan uit zowel ‘klassieke’ infrastructurele maatregelen, die gericht zijn op het vergroten en/of beter benutten van de wegcapaciteit door uitbreiding van de huidige rijksweg, als het nemen van Smart Mobility- en mobiliteitsmaatregelen. Dit laatste omvat onder meer mogelijkheden om beter te sturen op het gebruik van de beschikbare wegcapaciteit.
Onderdeel van deze fase is wederom een participatieproces en het verder verdiepen van opgehaalde meekoppelkansen. Daarmee wordt, via onder andere een plan MER, toegewerkt naar een voorkeursalternatief. Dit voorkeursalternatief wordt opgenomen in de Ontwerp Structuurvisie.

Samenwerken op afstand
De huidige situatie rondom COVID-19 zorgt voor diverse uitdagingen. Eén daarvan is het online samenwerken met de vele betrokken partijen, intern maar ook extern. Ook het betrekken van de omgeving vindt vrijwel volledig digitaal plaats. Het samenwerken wordt volledig digitaal gefaciliteerd en geeft de betrokkenen vertrouwen dat we hiermee op prettige wijze en binnen planning de twee fase gaan doorlopen.