Door de investeringen die in de ontwikkelagenda zijn meegenomen, zou op nog meer plekken altijd binnen 10 tot 15 minuten een trein, metro, tram of bus moeten kunnen rijden. Voor de reis tussen de steden wordt de trein daarmee een volwaardig alternatief voor de auto (foto: Ad Meskens / Wikimedia Commons).

“Deze coronacrisis gaat voorbij en dan hebben we het openbaar vervoer keihard nodig. We moeten daarom blijven investeren in openbaar vervoer,” zei staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat) bij de presentatie van de Ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV 2040. Bevolkingsgroei, woningbouwopgave en duurzame leefomgeving vragen de komende jaren om concrete besluiten op het gebied van mobiliteit.

Begin 2019 presenteerden de OV-sector, decentrale overheden en het Rijk gezamenlijk het Toekomstbeeld OV 2040. Daarin werden de belangrijkste contouren van het openbaar vervoer van de toekomst geschetst. Kernpunten: een metro-achtige verbinding op een landelijke stedenring, goede verbindingen naar het Noorden, Oosten en Zuiden van het land en een snelle treinverbinding met Duitsland. In en naar de stad moeten nieuwe vormen van openbaar vervoer met lightrail en snelle bussen zorgen voor goede verbindingen om relatief korte afstanden te overbruggen.

Menukaarten
De Ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV moet handen en voeten gaan geven aan die geschetste contouren en aangeven welke investeringen nodig zijn en welke keuzes er gemaakt kunnen worden om deze ambities te realiseren. De ontwikkelagenda is opgesteld door een samenwerkingsverband van de OV-sector, de decentrale overheden en het Rijk. In de ontwikkelagenda wordt door middel van menukaarten inzichtelijk gemaakt welke keuzes er gemaakt kunnen worden. Op de kaarten is te zien wat de verschillende opties kosten, hoeveel nieuwe reizigers ervan kunnen profiteren en welke haken en ogen eraan zitten.

Doortrekken Noord-Zuidlijn
De samenwerkingspartners vinden eensgezind dat een aantal investeringen in ieder geval moet worden gedaan. Zo zijn investeringen in het vergroten van de vervoerscapaciteit en het beheer, onderhoud en vervanging noodzakelijk voor toekomstbestendig openbaar vervoer. Het doortrekken van de Amsterdamse Noord-Zuidlijn zien alle partijen ook als een noodzakelijke investering die bijdraagt aan de verstedelijking, de economie en die essentieel is voor veel andere investeringen in het spoor. Maar ook het aanpakken van de stations in steden als Maastricht, Nijmegen, Zwolle en Eindhoven is nodig om ervoor te zorgen dat dit geen knelpunten, maar juist belangrijke knooppunten kunnen zijn. Het komende jaar wordt de samenwerking en verdere planvorming voortgezet.

Sneller en makkelijker
Door de investeringen die in de ontwikkelagenda zijn meegenomen, zou op nog meer plekken altijd binnen 10 tot 15 minuten een trein, metro, tram of bus moeten kunnen rijden. Voor de reis tussen de steden wordt de trein daarmee een volwaardig alternatief voor de auto. Het zorgt er ook voor dat mensen met de trein sneller vanuit Zeeland, Twente, Limburg, Groningen en Friesland in de Randstad kunnen zijn en dat het makkelijker wordt om voor een stedentrip naar België of Duitsland de trein te pakken.

Keuzes voor nieuw kabinet
“Ik wil dat het openbaar vervoer voor zoveel mogelijk reizigers een aantrekkelijke optie is, of je nu in de regio of in de stad woont of dat je voor je werk over de grens moet”, zei staatssecretaris Van Veldhoven bij de presentatie. “Nu zijn treinen en bussen alleen beschikbaar voor noodzakelijke reizen, maar het werk voor een zo aantrekkelijk mogelijk OV voor alle reizigers gaat door. Met de ontwikkelagenda laten we zien welke keuzes een nieuw kabinet kan maken, maar werken we ook verder aan noodzakelijke investeringen voor een robuuste basis van het openbaar vervoer.”

Bereikbaarheid is randvoorwaarde
Ook vanuit de provincies wordt veel belang gehecht aan de ontwikkelagenda. Fleur Gräper (IPO) sprak bij de presentatie namens de decentrale overheden: “Er moeten tot 2030 honderdduizenden woningen en banen in en rond de steden worden gerealiseerd. Een goede bereikbaarheid is een randvoorwaarde om Nederland economisch én sociaal welvarend te houden. Openbaar vervoer biedt veel voordelen, ook met oog op de stikstofproblematiek en klimaatafspraken. Voldoende investeren in het openbaar vervoer is onmisbaar voor de ontwikkeling van Nederland.”

ProRail: ‘Niet alles in één keer’
Ook ProRail zegt trots te zijn op de ontwikkelagenda. Het heeft daarvoor een belangrijke bijdrage geleverd met de rapportages landelijke netwerkuitwerking spoor (LNS) 2040 en Knopen & Ketens. De teams LNS en Knopen & Ketens van ProRail hebben in nauwe samenwerking met alle partijen binnen de spoorsector de ambities en opgaven in kaart gebracht. De grote hoeveelheid aan informatie die dat heeft opgeleverd is volgens ProRail een belangrijke basis om het openbaar vervoer en het spoor, in het bijzonder op de lange termijn, nog aantrekkelijker te maken voor meer reizigers en goederen. “Maar niet alles kan in één keer”, waarschuwt ProRail. “Daarom gaan we de komende periode kijken welke stappen we gaan zetten. Vervolgonderzoek doen we op basis van een corridoraanpak en door gezamenlijk steeds scherper te worden in de te maken keuzes.”