Een sluis wordt beschouwd als een machine en moet als zodanig voldoen aan wet- en regelgeving rond zowel machineveiligheid als arbeidsveiligheid. Bij nieuwbouw of een ingrijpende renovatie moet een sluis van CE-markering worden voorzien. Bij de renovatie van de bijna 90 jaar oude Zuidersluis van het sluizencomplex Eefde, die voorzien werd van een compleet gereviseerde aandrijving en nieuwe besturing en bediening, droeg Croonwolter&dros zorg voor de risicobeoordeling en samenstelling van het technisch dossier. In nauwe samenwerking met opdrachtgever Rijkswaterstaat is een doelgericht stappenplan doorlopen. Een succesvolle balanceer-act tussen veiligheid, functionaliteit en beschikbaarheid – met de Rijksdienst Cultureel Erfgoed op het vinkentouw.
‘Veiligheid gaat altijd voor’
Marc Baks is ontwerpleider bij Croonwolter&dros met als specialisatie machineveiligheid. Bij de nieuwbouw van de Noordersluis en de renovatie van de Zuidersluis is hij vanaf de tenderfase in 2016 betrokken geweest en fungeerde hij als coördinator machineveiligheid. Geen overbodige luxe. “Bij machineveiligheid zijn zoveel partijen betrokken, dan is het zaak dit onderwerp integraal te benaderen”, stelt hij. Aan de hand van een risicobeoordeling, in dit geval uitgevoerd onder leiding van Baks met medewerking van een breed scala aan stakeholders van zowel opdrachtnemer als opdrachtgever, is gekeken waar het met de machine fout zou kunnen gaan en hoe dit voorkomen kan worden. “Dit doen we door maatregelen vast te stellen om tot een zo veilig mogelijke eindsituatie te komen. En natuurlijk monitoren dat je die ook in het ontwerp en de bouw terugziet. Dit is een iteratief proces, want in elke fase van het project pakken zaken in werkelijkheid soms net even anders uit dan vooraf bedacht.”
Pragmatische oplossing
De praktijk leert dat veiligheid daarbij op gespannen voet kan staan met planning en budget. “Toch gaat veiligheid altijd voor. Zeker bij bestaande objecten kom je zaken tegen die je niet zomaar oplost. Of zaken die buiten het contract vallen, terwijl ze wel belangrijk zijn. In dat geval ga je in gesprek met de opdrachtgever en dat was bij de Zuidersluis niet anders”, zegt Baks. “Bijvoorbeeld ten aanzien van normen voornieuwbouw, waar je in bestaande bouw niet volledig aan kunt voldoen. Dan ga je gezamenlijk op zoek naar een pragmatische en toch veilige oplossing. Onze goede relatie met de opdrachtgever heeft een positieve invloed op dat proces gehad.”

Voortschrijdend inzicht
Opdrachtgever Rijkswaterstaat werd bij het project vertegenwoordigd door Harry Borsje, adviseur machineveiligheid met ruim twintig jaar ervaring en in die hoedanigheid ook betrokken bij zowel de nieuwbouw als de renovatie van Sluis Eefde. Hij beaamt dat na de tenderfase in overleg met Croonwolter&dros een aantal punten op het gebied van veiligheid aan de scope zijn toegevoegd.
“Je hebt nu eenmaal te maken met voortschrijdend inzicht rond wat acceptabel is op het vlak van veiligheid. Wat bijvoorbeeld twintig jaar geleden acceptabel was, is dat vandaag de dag in het licht van technische oplossingen en het maatschappelijk debat over veiligheid niet meer”, zegt hij. “Conform het beleid van Rijkswaterstaat en wettelijke eisen is een renovatie zoals deze bij uitstek het moment om de machineveiligheid fundamenteel te updaten. Daarmee is dan ook een belangrijke randvoorwaarde vervuld voor de arbeidsveiligheid van met name onderhoudsmonteurs en de veiligheid van de scheepvaart.”
Ideale machineveiligheid situatie
In projecten is het essentieel keuzes op het gebied van veiligheid te onderbouwen op basis van een risicobeoordeling. Specifiek voor de aspecten die buiten de oorspronkelijke contractscope vielen maar wel van belang waren voor machineveiligheid en CE-markering, heeft Croonwolter&dros, in samenspraak met Rijkwaterstaat, een externe partij ingeschakeld. Baks: “Zie het als het binnenhalen van een stukje onafhankelijkheid om te bepalen waar mogelijk onaanvaardbare risico’s zitten. Vervolgens is de vraag hoe je die risico’s gaat mitigeren. Dit heeft Croonwolter&dros gedaan door middel van een helder stappenplan en tussentijdse verificatie en validatie met Rijkswaterstaat.” Borsje onderschrijft dit. “Je identificeert de situatie en bepaalt hoe je omgaat met onacceptabele restrisico’s. Kijkend naar de stand van de techniek en naar actuele normen, maar daar hoef je niet per definitie aan te voldoen. De vraag is steeds hoe dicht je de ideale machineveiligheidssituatie kunt benaderen en welke restrisico’s je als ‘fabrikant’ kunt verantwoorden. Daar hebben we goed over nagedacht, zaken afgewogen en goed onderbouwd.”
‘CE-markering is haalbaar, ook voor bestaande objecten’
Baks ervaart bij beheerders van oudere infraobjecten nog weleens angst voor CE-markering en het vermeend verplicht moeten toepassen van huidige normen. “Daar moet je, uiteraard binnen de grenzen van wet- en regelgeving, niet dogmatisch maar pragmatisch mee omgaan: je moet kunnen onderbouwen dat het om een acceptabel restrisico gaat. Je moet er dus wel moeite en energie in steken, maar het is niet moeilijk of onhaalbaar.” Borsje: “Bij de Zuidersluis hebben we laten zien dat het gewoon kan, ook bij een monumentaal object.”
Veilig én werkbaar
Bij het streven naar veiligheid is er altijd een spanningsveld met werkbaarheid en beschikbaarheid, stelt Borsje. “Monteurs willen het liefst een storing zo snel mogelijk oplossen, wat zou kunnen wringen met veiligheid. Dus moet je onderzoeken welke oplossingen veilig en tegelijkertijd werkbaar zijn voor de monteurs en ook nog zo min mogelijk invloed hebben op de beschikbaarheid van de sluis. Je kunt het zo ontwerpen dat wanneer de monteur voor inspectie of onderhoud een toegangsdeur met bewaking opent, de machine automatisch veel langzamer beweegt of helemaal stilstaat. Dat is beter dan het te laten aankomen op procedures en instructies die nu eenmaal makkelijker te omzeilen zijn.” Baks herkent de spagaat: “Uiteindelijk streef je altijd naar zo veilig mogelijk. Maar alles wat beweegt, heeft een veiligheidsrisico.”

Stakeholders continu betrokken

Extra uitdagingen
‘CE-markering is haalbaar, ook voor bestaande objecten’
Het luik in de traverse, waarlangs materiaal moest worden opgetakeld, bevond zich midden in het looppad en sloot ook niet aan bij het hijspunt van af het bordes op de hefdeur, waardoor materiaal scheef moest worden weggetakeld. “We hebben op de sluisdeur een bordes gemaakt om veilig te kunnen hijsen, de positie van het luik aangepast en een valrooster onder en aanpikpunten rondom het luik aangebracht”, zegt Baks. Verder was toestemming van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed benodigd voor het plaatsen van een besturingskast voor de nieuwe hydrauliek op de hefdeur. “De kast mocht het aanzicht van de hefdeuren en het geheel niet veranderen. Om daaraan tegemoet te komen, hebben we de hekken op de hefdeur iets om de kast heen moeten buigen en de kast lager gemaakt”, schetst Baks.
Verbetering Machineveiligheid heftoren en hefdeur

Welgemeend advies
Vorig jaar juli werd de renovatie afgerond en ging ook voor de Zuidersluis, naast de Noordersluis, de onderhoudsperiode (26 jaar) in voor L2T. Zowel Baks als Borsje kijkt tevreden terug op het project. Baks heeft regelmatig contact met het onderhoudsteam. “We hebben nog geen klachten gehad, dus de gekozen oplossingen zijn werkbaar”, aldus Baks. En ze geven andere projectorganisaties graag nog een welgemeend advies voor het omgaan met substantiële wijzigingen en CE-markering van bestaande objecten. “Het is absoluut mogelijk om dit, binnen de grenzen van wet- en regelgeving, voor elkaar te krijgen. Je hoeft er niet bij voorbaatbang voor te zijn. Wel moet je er pragmatisch en met kennis van zaken naar kijken. En er op tijd mee beginnen, nog voor de aanbesteding. Dan voorkom je verrassingen en kun je het mee budgetteren.”

Longreads zijn artikelen uit het magazine die wekelijks geplaatst worden op OTAR.nl












