Coronasteun aan de ov-sector voor heel 2021

trein tijdens stop op station
Door de weggevallen inkomsten heeft het ov als vitale sector overheidssteun nodig om in de coronacrisis te kunnen blijven functioneren |foto: Ad Meskens / Wikimedia Commons)

Het Rijk heeft de financiële coronasteun aan de ov-sector voor het hele jaar 2021 gegarandeerd. In februari werd al coronasteun tot en met september toegezegd; dat is nu dus met een kwartaal verlengd. De steun moet de sector in staat stellen om treinen, bussen, metro’s en trams te laten rijden tijdens de coronacrisis.

Vitale sector
De coronacrisis reduceert het aantal reizigers in het openbaar vervoer zodanig, dat de vervoerders nu meer kosten dan inkomsten hebben. Omdat het een vitale sector betreft, heeft het kabinet vorig jaar de Beschikbaarheidsvergoeding Openbaar Vervoer (BVOV) in het leven geroepen als coronasteun aan de ov-sector. Door deze regeling kunnen ov-bedrijven 93 tot 95 procent van hun kosten vergoed krijgen; de overige compensatie moeten zij realiseren door aanpassingen van de dienstregeling. In totaal is er dit jaar ongeveer 1,5 miljard euro beschikbaar voor de regeling ‘beschikbaarheidsvergoeding’. Naast de coronasteun aan de ov-sector van het Rijk leveren de provincies en vervoerregio’s subsidies. De afspraak met de sector luidt dat en de ov-bedrijven gedurende de crisis hun aanbod verzorgen zonder winst te maken.

2022 en verder
Het beloop van de pandemie is onzeker. Daarnaast is de verwachting dat het ná de coronacrisis tijd kost voordat reizigersaantallen weer op het pre-coronaniveau zullen zijn. Prognostische modellen laten zien dat mensen die thuis zijn gaan werken dat voor een deel ook zullen blijven doen. Daarom zal de komende maanden onderzocht worden wat na 2021 nog nodig is om het openbaar vervoer te kunnen laten functioneren. Besluitvorming daarover vindt  plaats voor 1 juli 2021.

>  De kamerbrief over de verlenging van de beschikbaarheidsvergoeding ov