Het project moet helpen om de bereikbaarheid van nieuwe woon- en werklocaties te verbeteren en de druk op het wegennet te verminderen
Het project moet helpen om de bereikbaarheid van nieuwe woon- en werklocaties te verbeteren en de druk op het wegennet te verminderen

De spoorverbinding tussen Leiden en Dordrecht wordt de komende jaren ingrijpend vernieuwd. Overheden en spoorpartijen hebben middelen toegekend voor een eerste fase van verbeteringen aan stations en infrastructuur. Het project moet ruimte bieden aan groei van reizigers, woningen en werkgelegenheid in de regio.

De eerste fase van de vernieuwing richt zich op de stations Leiden Centraal, Den Haag Laan van NOI, Schiedam Centrum en Dordrecht. Deze stations worden aangepast om meer reizigers te kunnen verwerken en om overstappen te verbeteren. Ook worden maatregelen voorzien om de toegankelijkheid en veiligheid in en rond de stations te vergroten, onder meer met verbeterde fietsvoorzieningen.

Voor Leiden Centraal, Den Haag Laan van NOI en Schiedam Centrum starten gemeenten, ProRail en NS in 2026 met de planuitwerking, gevolgd door realisatie. Voor station Dordrecht liggen plannen klaar en worden afspraken over planning en financiering voorbereid.

Meer en vaker treinen

Naast de vernieuwing van bestaande stations omvat het programma een verhoging van de frequentie van sprinters op de 200 jaar ‘Oude Lijn’. Ook is een spoorverdubbeling voorzien tussen Delft Campus en Schiedam. Verder is de aanleg gepland van vier nieuwe stations: Rijswijk Buiten, Dordrecht Leerpark, Schiedam Kethel en Rotterdam van Nelle.

Deze ingrepen zijn bedoeld om het spoortraject robuuster en flexibeler te maken en om toekomstige groei van het aantal reizigers op te vangen.

Investeringen toegekend

Voor de start van de schaalsprong is circa 1,5 miljard euro beschikbaar gesteld. Dit bedrag is toegekend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de betrokken regionale partners. Met deze middelen kan worden begonnen aan de eerste set maatregelen, waaronder de vernieuwing van de vier stations.

De totale vernieuwing van de Oude Lijn vraagt meer investeringen. Vanaf 2026 is naar verwachting nog circa 2 miljard euro nodig om de geplande frequentieverhogingen, spoorverdubbelingen en nieuwe stations volledig te realiseren.

Economische betekenis

Het gebied tussen Leiden en Dordrecht speelt een belangrijke rol in de regionale economie. Volgens de betrokken partijen kan een betere spoorverbinding bijdragen aan een betere aansluiting tussen bedrijven, werknemers en kennisinstellingen. Ook moet het project helpen om de bereikbaarheid van nieuwe woon- en werklocaties te verbeteren en de druk op het wegennet te verminderen.

Samenwerking in MIRT-verkenning

De plannen maken deel uit van de MIRT Verkenning Oude Lijn. In dit samenwerkingsverband werken het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de provincie Zuid-Holland, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail, NS, de Verstedelijkingsalliantie en meerdere gemeenten samen.

Besluitvorming over het vervolg van het project en de benodigde aanvullende financiering is voorzien vanaf eind 2026 en is afhankelijk van keuzes van een nieuw kabinet.