Olof van der Gaag, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE). (Foto: Christiaan Krouwels)

Wie het nieuws volgt, kan cynisch worden over de energietransitie. Terwijl er ook veel goed nieuws is. Nederland wekt inmiddels meer dan de helft van zijn elektriciteit duurzaam op. Verduurzaming is uitgegroeid tot een van onze economische motoren. Daarbij is netcongestie niet zozeer het gevolg van falen, als wel een symbool van vooruitgang. Natuurlijk is de opgave nog groot, maar de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie is onverminderd positief. Zo wil de nieuwe Tweede Kamer in meerderheid de bestaande klimaat- en energiedoelen halen. Een Energiedeltaplan kan dit realiteit maken.

Netcongestie, tenders voor windparken op zee waar geen enkele partij zich op inschrijft, en afgezwakte EU-klimaatdoelen. Wie het nieuws volgt, kan cynisch worden over de fase waarin de energietransitie in Nederland en Europa zich bevindt. Tegelijkertijd moeten we niet vergeten dat voor journalisten goed nieuws vaak hetzelfde betekent als geen nieuws. Terwijl er heel veel goed nieuws te melden is. En we staan te trappelen om nog meer ballen in te koppen. Nederland wekt inmiddels meer dan de helft van zijn elektriciteit duurzaam op. In 2030 is onze uitstoot naar verwachting gehalveerd ten opzichte van 1990, terwijl de economie in diezelfde periode verdubbeld is. Al in 2023 investeerden Nederlanders meer dan 25 miljard euro in de energietransitie. En in de afgelopen twaalf jaar is het aandeel duurzame energie zelfs vervijfvoudigd. Dat zijn geen symbolische cijfers, maar signalen van een fundamentele verschuiving: verduurzaming is uitgegroeid tot een van onze economische motoren. Tegelijkertijd groeit de druk op onze energie-infrastructuur sneller dan ooit. Toch zien wij netcongestie niet als het gevolg van falen, maar als symbool van vooruitgang. De overstap naar schone stroom gaat simpelweg sneller dan het systeem op sommige plekken kan bijbenen.

Techniek, tempo en vertrouwen
De komende jaren investeren de netbeheerders gezamenlijk tot gemiddeld vijftien miljard euro per jaar in de uitbreiding van de elektriciteits- en gasnetten. Alleen al in Nederland worden genoeg kabels aangelegd om de aarde meer dan tweeënhalf keer te omspannen. Het zijn investeringen die zich terugverdienen in leveringszekerheid, innovatie en nieuwe bedrijvigheid. Investeringen in netcongestie kunnen de samenleving tot dertig miljard euro per jaar aan maatschappelijke waarde opleveren. Elektriciteit is immers de goedkope en schone energievorm van het heden en de toekomst.

Toch stokt de uitvoering vaak op bestuurlijke en juridische drempels. De technologie is er en de middelen zijn er. Besluitvorming kan de snelheid van de transitie echter niet altijd bijhouden. Voor het versnellen van energieprojecten, duurzame opwek en robuuste energie-infrastructuur is aandacht nodig voor het versnellen van de doorlooptijden van vergunningsprocedures. Nu praten we vaak acht jaar over grootschalige energieprojecten, terwijl ze in twee jaar neergezet kunnen worden. In de gascrisis stampte Nederland in driehonderd dagen een gasterminal uit de grond. Deze mentaliteit hebben we nodig.

Veel knelpunten zijn bestuurlijk, niet technisch
De grootste vertraging zit niet in de ondergrond, maar in de papierlaag erboven. Projecten voor nieuwe verbindingen, onderstations of warmtenetten lopen vast in vergunningsprocedures, bezwaartrajecten en stikstofbeperkingen.

De NVDE stelt drie concrete versnellers voor:

  1. Van het stikstofslot af:
    Geef energie-infraprojecten een juridisch houdbare vrijstelling van de stikstofregels. Het kleine beetje stikstofuitstoot tijdens de bouw mag niet langer een stok in het wiel zijn van projecten die decennialang stikstofen CO2-uitstoot besparen. Cruciaal is dat er een geborgd pakket maatregelen komt om de totale uitstoot van stikstof te beperken, anders loopt elke oplossing spaak bij de rechter.
  2. Kortere doorlooptijden:
    Hanteer als norm: twee jaar voorbereiden, twee jaar bouwen. Vergroot de capaciteit bij de Raad van State en versterk de kennis van energierecht bij juristen en rechters.
  3. Emissieloos bouwen:
    Versnel de inzet van bouwmachines zonder uitstoot. Daarmee reduceren we stikstof én tonen we dat de sector zelf het goede voorbeeld geeft.

Deze maatregelen vragen om bestuurlijke moed, niet om nieuwe technologie. Ze maken het mogelijk om de bestaande ambities eindelijk met tempo uit te voeren.

Van file naar flexibiliteit
Uitbreiden van het net is noodzakelijk, maar niet voldoende. Op veel momenten is er nog capaciteit beschikbaar die niet benut wordt: netcongestie is een stroomspits. Door slim gebruik te maken van vraagsturing en lokale afstemming, kunnen de bestaande kabels veel efficiënter worden ingezet. Denk aan energiehubs waar bedrijven gezamenlijk vraag en aanbod van energie afstemmen en onderling stroom leveren. Of denk aan dynamische tarieven die grootverbruikers stimuleren om elektriciteit te gebruiken wanneer het aanbod ruim is. Een ‘dalurenkorting’ voor energie kan even vanzelfsprekend worden als in het openbaar vervoer. Ook decentrale opwek – zonne- en windenergie in combinatie met opslag – in de buurt van afnemers helpt om pieken te dempen en transportafstanden te verkorten. Minder transport betekent minder druk op de elektriciteitsnetten en lagere maatschappelijke kosten.

‘Nederland wekt inmiddels meer dan de helft van zijn elektriciteit duurzaam op’

Laat energie geen politiek drukmiddel zijn De energietransitie is strategische noodzaak. Elke kilometer kabel en elk laadplein verkleint onze afhankelijkheid van fossiele import. Minder afhankelijkheid van Rusland, het Midden-Oosten en de Verenigde Staten op de wereldmarkt betekent een weerbaardere samenleving. Zonder snelle energietransitie stagneert groei, lopen investeringen weg en blijven we afhankelijk van fossiele energie uit landen waar we liever niet afhankelijk van zijn. Energie-infrastructuur is het fundament van onze toekomstige welvaart én onze vrijheid. Wie investeert in netten, investeert in economische veerkracht en geopolitieke onafhankelijkheid. Daarom moeten we inzetten op een Energiedeltaplan als sectoroverstijgende, nationale opdracht. Net zoals de Deltawerken ons beschermden tegen het water, moet een Energiedeltaplan dijken opwerpen tegen chantage van buitenaf.

De nieuwe bouwmeesters van Nederland
Voor iedereen die aan deze infrastructuur werkt, van assetmanagers en ingenieurs tot ontwerpers en bouwers, betekent dit een nieuw tijdperk in het vak. De klassieke focus op veiligheid, betrouwbaarheid en onderhoud blijft onmisbaar. Daar is nu een nieuwe dimensie bijgekomen: systeemadaptatie. De infrastructuur van de toekomst is niet statisch, maar flexibel. Ze moet kunnen omgaan met veranderende vraag, nieuwe technologieën en wisselende energievormen. Dat vraagt om samenwerking over disciplines heen: tussen energie, mobiliteit, water, bouw en digitalisering. Zo dragen overheden, bedrijven en maatschappelijke partijen allemaal hun eigen steentje bij aan onze nieuwe Deltawerken.

Een realistisch optimisme
De opgave is groot, maar we zijn onverminderd positief. Op 29 oktober hebben Nederlanders een nieuwe Tweede Kamer gekozen. Minstens twee derde van de nieuwe Tweede Kamer wil ten minste de bestaande klimaat- en energiedoelen halen. De politieke partijen die zich met een stembusakkoord uitspraken voor een stabiel, voorspelbaar en toereikend overheidsbeleid op het terrein van energie en klimaat, haalden maar liefst negentig zetels. Een Energiedeltaplan kan van deze wens realiteit maken.