Werkzaamheden Driebergen-Zeist

Hoewel Nederland hoog scoort op spoorveiligheid, terwijl het om een van de drukste sporen van Europa gaat, blijft de veiligheid op het spoor een punt van aandacht, zo stelt de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

In Nederland worden hoge veiligheidseisen aan het spoor gesteld. Toch vonden er in 2024 nog 22 ernstige ongevallen met treinen plaats. Met een van de drukste sporen van Europa en 157,7 miljoen afgelegde treinkilometers lijken ongevallen onvermijdelijk, maar de ILT is kritisch. Ook omdat het om 15 dodelijke slachtoffers gaat (van de in totaal 28 slachtoffers).

In het jaarverslag Spoorveiligheid 2024 blikt de ILT terug op wat er vorig jaar allemaal op en om het spoor gebeurde. De ILT stelt vast dat overwegongevallen het grootste aandeel in dodelijke treinslachtoffers hadden. Het gaat om 17 ernstige ongevallen op overwegen in 2024 in totaal. Hierbij vielen 11 dodelijke slachtoffers en 4 zwaargewonden. 82% van deze ongevallen vond plaats op beveiligde overwegen, waarbij in de meeste gevallen overweggebruikers de beveiliging bewust negeerden.

Het is niet zo dat ProRail hier geen maatregelen tegen neemt. De spoorwegbeheerder hief 18 overwegen op en bouwde 3 niet actief beveiligde overwegen om naar beveiligde varianten. Om dat in perspectief te zetten: eind vorig jaar telde ons land in totaal 2.179 spoorwegovergangen op het hoofdspoor. Daarvan zijn nog 15 openbaar toegankelijke overwegen op het gemende net (zowel reizigers- als goederenvervoer) niet actief beveiligd.

 

Risicogerichte objectinspecties

De ILT onderzocht in totaal 399 infra-objecten, zoals wissels, lassen overwegen en spoorstukken. Daarbij ging het om zogenoemde risicogerichte objectinspecties. De inspectiedienst stelde 21 defecten vast die de spoorveiligheid in gevaar zouden kunnen brengen; ook bleken er op 3 locaties defecten in het spoor onterecht als hersteld te staan genoteerd in de administratie van ProRail.

Machinisten passeerden in totaal 112 keer zonder toestemming een stoptonend sein (STS), waarbij de trein 29 keer het gevaarpunt (een wissel of overweg waar een trein in botsing kan komen met een andere trein of wegverkeer) bereikte.

 

Gevaarlijke stoffen

Er was één spoorwegongeval met een goederentrein, geladen met waterstofperoxide. Bij dit ongeval met een auto kwamen overigens geen gevaarlijke stoffen vrij. Ook stelde de ILT 2 achtereenvolgende druppellekkages van een reservoirwagen met brandbare stoffen vast; deze voldoet inmiddels weer aan de veiligheidseisen.

De ILT keek ook toe op de naleving van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni, in 2025 Cyberbeveiligingsweg, CBW). Het spoor wordt gezien als een kritieke sector, waarbij uitval van diensten door cyberaanvallen kon zorgen voor maatschappelijk en economische ontwrichting. “De implementatie van de nieuwe wet- en regelgeving ontwikkelde zich in 2024 gestaag”, aldus de ILT.

 

Onduidelijke regelgeving

Voor de toekomst ziet de ILT uitdagingen. Zo vindt er dit jaar een concessiewisseling bij de Vechtlijnen en Achterhoek-Rivierenland plaats. De ILT: “De overgang naar een nieuwe exploitant van treindiensten is niet zonder risico’s. Personeel moet worden overgedragen, processen moeten opnieuw worden ingericht en alles moet soepel verlopen zonder verandering in de reizigerservaring of de veiligheid.”

Verder zet de ILT kanttekeningen bij het verbinden van spoornetwerken. Dat geldt niet alleen voor hoofdverbindingen, maar ook voor regionale grensbaanvakken. “De Europese Commissie wil zoveel mogelijk nationale wetgeving saneren, maar diezelfde Commissie geeft ook de mogelijkheid om als lidstaat onderling afspraken te maken met betrekking tot grensbaanvakken en grensstations als daar behoefte aan is.” En juist op deze vlakken is de regelgeving onduidelijk, zo stelt de ILT vast. Als voorbeeld noemt de inspectiedienst de het traject Gronau – Enschede: daar wil Duitsland graag een stukje Nederland in rijden. Maar, zo stelt de ILT, “in de praktijk is het lastig om hiervoor afspraken tussen landen te maken. Europese normering en een definitie van grensbaanvak en grensstation ontbreken namelijk. Daarom zou het goed zijn als het faciliteren van dit soort vervoer vastgelegd wordt in de nationale regelgeving.”

 

Samenwerken

Ook de veiligheid op het spoor voor spoorpersoneel blijft een punt van aandacht. Hoewel verschillende maatregelen van de sector het werk van deze mensen veiliger heeft gemaakt, neemt het aantal meldingen bij de ILT van bijna-aanrijdingen van baanwerkers weer toe.

Voor deze en andere risico’s ziet de ILT vooral een oplossing in samenwerking: “Goede samenwerking tussen ProRail, spoorwegondernemingen, Europese toezichthouders, reizigersorganisaties en ILT is essentieel. In 2024 is de internationale samenwerking geïntensiveerd. Bij problemen met defecte wagons (zoals scheurvorming in onderstellen) deelde de ILT informatie met andere Europese toezichthouders. Hierdoor konden risico’s breder worden aangepakt.”

Het was vorig jaar overigens voor het eerst dat de ILT een jaarlijks onderzoek uitvoerde naar de staat van de spoorinfrastructuur; eerder gebeurde dat eens in de 5 jaar.