Studie: Limburgers beter voorbereiden op overstromingsrisico’s

Overstromingsrisico's - Luchtfoto overstroming in Limburg 2021
Overstromingen in Limburg in de zomer van 2021 | Foto: Waterschap Limburg

Inwoners van Limburg waren in 2021 niet allemaal goed bekend met overstromingsrisico’s in hun woonomgeving. Een deel van de Limburgers was erg verrast dat overstromingen van deze ernst in hun woonplaats kunnen voorkomen. Met een groter risicobewustzijn kunnen burgers (evenals overheden) zich beter voorbereiden op overstromingen. Dat verkleint het risico op persoonlijke en materiële schade.

Onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam en Deltares, naar aanleiding van het hoogwater in juli 2021, leidt tot deze conclusies. Belangrijke bevindingen uit de studie, waaraan ook de TU Delft, HKV Lijn en Water en Kantar Public bijdroegen:

  • Een deel van de inwoners was verrast door de impact van de overstromingen. Zij hadden niet verwacht dat die zich op deze overrompelende manier in hun woonomgeving konden voordoen. Overstromingen van de zijrivieren van de Maas (vooral de Geul, maar ook de Roer) waren ernstig en voltrokken zich snel.
  • Het bewustzijn van overstromingsrisico’s bij burgers is te vergroten met duidelijke, tijdige én meer locatie-specifieke informatie. Die informatie moet niet alleen gaan over het gevaar op zich, maar ook over wat bewoners voor en tijdens de calamiteit kunnen doen. Burgers die dat weten kunnen zich beter op overstromingen voorbereiden, waardoor bij toekomstige gebeurtenissen de schade en kans op slachtoffers kan worden verkleind:
overstromingen - graphic die uitlegt hoe goede informatie leidt tot betere maatregelen
Het effect van informatie over overstromingsrisico’s op het nemen van noodmaatregelen. Beeld: Deltares
  • Aanvullend onderzoek Hoe het herstelvermogen van de samenleving na een ramp kan worden verbeterd, is onderwerp voor nader onderzoek.

Het onderzoek

Het onderzoek van de Vrije Universiteit en Deltares is gedaan om lessen voor de toekomst te kunnen trekken uit de gebeurtenissen in Limburg in 2021. Begin 2022 zijn elfduizend vragenlijsten verstuurd.
Ongeveer de helft van de adressen bevond zich in het overstroomde gebied. De andere helft ligt in een gebied dat niet direct overstroomd was, maar waar dat wel heeft gedreigd te gebeuren. Het vragenlijstonderzoek levert inzicht op in de effectiviteit van maatregelen en waarschuwingen, en informatie over evacuatiegedrag, schade en schadeafwikkeling.

Hoge waterstanden langs de Geul

Het hoogwater heeft met name langs de Geul veel schade veroorzaakt. In veel gevallen drong het water met hoge snelheid de woning binnen. Bij een derde van de getroffen huishoudens langs deze rivier bereikte het water zelfs binnen een uur het hoogste punt. Doordat veel inwoners verrast werden door de snelheid en de hoogte van de waterstijging konden ze geen preventieve beschermingsmaatregelen meer nemen. Onderzoeker Kymo Slager stelt op de Deltares-site: “Overstromingen door extreme regen zijn – zeker in beekdalen – nooit helemaal te voorkomen en de kans op extreme regen neemt door klimaatverandering alleen maar toe. We moeten daarom voor het geval dát het gebeurt, beter samenwerken in de bewustwording en bestrijding, en zorgen dat het herstel van een overstromingsramp voor alle getroffenen goed geregeld is.”

Schade en vergoeding

De overstromingsschade blijkt hoger langs de zijrivieren (vooral de Geul, maar ook de Roer) dan langs de Maas zelf. De gemiddelde schade aan de woningen en inboedels van bewoners langs de zijrivieren is respectievelijk 65.000 euro en 17.000 euro. De onderzoeksrespondenten verwachten ongeveer 60 procent van de totale schade vergoed te krijgen. Die compensatie moet komen van de overheid of verzekeraars. Verzekeraars hadden eind 2021 meer dan de helft van de vergoedingen uitgekeerd. Bij de overheid stond de teller op dat moment op een kwart van de tegemoetkomingen uit de Wet Tegemoetkoming Schade bij Rampen (WTS).

Waarschuwingen, evacuatie en overstromingsmaatregelen

Tot 45 procent van de bewoners in het bedreigde gebied geeft aan dat zij geen tijdige overstromingswaarschuwingen ontvingen. Advies om te evacueren draagt aanzienlijk bij aan het besluit van inwoners om het risicogebied te verlaten. Waar van de gewaarschuwde groep ruim 80 procent evacueert, gaat van de niet-gewaarschuwde groep ongeveer 20 procent over tot vertrek. Meer dan driekwart van de geëvacueerde bewoners kon terecht bij vrienden en familie. Centrale opvangplaatsen speelden slechts een kleine rol. Minder dan 5 procent van de geëvacueerden is hier opgevangen.

Materiële schadepreventie

Ongeveer de helft van de gewaarschuwde huishoudens heeft hun auto naar een veilige plek kunnen verplaatsen, terwijl dit een kwart was voor de groep die niet is bereikt met waarschuwingen. Ook andere maatregelen, zoals het hoger plaatsen van bezittingen of een waterbestendige vloer binnen de woning kunnen overstromingsschade met 20 tot 50 procent verminderen. VU-hoogleraar en onderzoeksleider Wouter Botzen: “Deze resultaten onderstrepen dat schadebeperkende maatregelen genomen door huishoudens een belangrijke rol kunnen spelen in het reduceren van overstromingsrisico’s.” Het plaatsen van zandzakken en waterkerende schotten heeft echter niet altijd geleid tot een afname van de schade, in tweederde van de gevallen bleek dat de schotten en zandzakken niet hoog of sterk genoeg waren om het water tegen te houden.

>  Het onderzoek is te downloaden van de Deltares-site