ProRail
Foto: Pixabay

Railbeheerder ProRail gaat in een bovenbouwvernieuwingsproject in Zeeland en West-Brabant, bij Moerdijk, Roosendaal, Sloe en Terneuzen aan de slag met circulair spoor, door onder meer grootschalig hergebruik van materialen. Het gaat om een pilot: “We hebben het project samen met VolkerRail en adviesbureau Turntoo voorbereid, met de ambitie om samen een nieuwe standaard te ontwikkelen.”

Er is onderzoek aan voorafgegaan en de resultaten daarvan gaven ProRail voldoende vertrouwen om het project ook daadwerkelijk te gaan uitvoeren. Het projectteam van ProRail en VolkerRail staat onder leiding van ProRail-projectmanager Robert-Jan Arts. Zijn verwachtingen zijn hooggespannen: “In Zeeland verwachten we een duurzaamheidswinst van meer dan 60 procent door circulaire maatregelen zoals hergebruik van materialen, optimalisering van de levensduur en toepassing van minder en alternatieve materialen. Ter vergelijking, het staat gelijk aan de jaarlijkse CO2-uitstoot van 216 huishoudens.”

Creatief proces

Bovenbouwvernieuwing (BBV) beslaat het gedeelte van het spoor dat grofweg bestaat uit het ballastbed, de dwarsliggers, de rails en de wissels. Als ProRail die BBV overal zou kunnen verduurzamen, betekent dat uiteindelijk een forse CO2-reductie, want ProRail vernieuwt jaarlijks 80 tot 100 km spoorinfrastructuur. Om een duurzame en circulaire BBV te bereiken, is volgens de railbeheerder een creatief proces nodig om tot vernieuwende en impactvolle maatregelen te komen, zonder dat het ten koste gaat van de eisen van tijd, kwaliteit en veiligheid. Volgens projectmanager Arts zijn de partijen daarin geslaagd: “De sleutel van het succes: vertrouwen, openheid, eerlijkheid en gewoon doen! We hebben laten zien dat we circulariteit en duurzaamheid belangrijk vinden en concreet willen maken. Dat werkte aanstekelijk bij alle betrokken partijen.”

Pilot op industriesporen

Binnen het pilotproject zal op vier locaties – met industriesporen die minder frequent bereden worden – het spoor vernieuwd worden met hergebruikt materiaal. De bedoeling is zo weinig mogelijk nieuw materiaal en onderdelen in te brengen en in plaats daarvan vrijkomend materiaal uit andere BBV’s slim te hergebruiken. Het project moet als voorbeeld dienen voor toekomstige BBV’s. Belangrijk is dat het spoor veilig blijft. En de restlevensduur moet voldoende zijn, zodat hergebruik daadwerkelijk rendabel is. Er is daarom kritisch gekeken naar de huidige regelgeving die geldt bij een BBV en of er verantwoord van die regelgeving kan worden afgeweken.

Vigerende eisen zijn te streng

Voor het hergebruiken van bovenbouwmateriaal zijn eisen voorgeschreven in de richtlijn RLN00412 van ProRail. Het grootste probleem met deze richtlijn is dat de gehanteerde voorwaarden te streng zijn voor de industriesporen waarop deze BBV betrekking heeft. Door een veel lager aantal treinbewegingen en lagere baanvaksnelheden, vergeleken met de doorgaande sporen op de hoofdbaan, ligt de slijtagesnelheid van het ijzerwerk (spoorstaven en wisseldelen) veel lager. Om tot een acceptabele restlevensduur te komen, kunnen nog spoorstaven en wisseldelen worden gebruikt die meer slijtage hebben dan de RLN00412 toestaat. De marge voor hergebruik is op deze sporen dus groter. Een gedeelte van de spoorstaven en wisseldelen dat vrijkomt bij een standaard BBV, kan daarom nog hergebruikt worden op locaties waar minder treinbewegingen zijn.

Minder nieuw beton nodig

Hetzelfde principe geldt voor vrijkomende dwarsliggers. Als er geen gebreken worden geconstateerd, is een dwarsligger zeer geschikt voor hergebruik. Ook is het niet nodig om altijd een zwaar type dwarsligger toe te passen. Door het lagere aantal treinbewegingen is in veel gevallen een lichter type liggers voldoende. Zo is minder nieuw beton nodig.

Dunner ballastbed

Vanwege het kleine aantal treinbewegingen op de industriesporen in dit pilotproject volstaat bovendien een dunner ballastbed. Ook kan de bestaande ballast gezeefd worden, waarna alleen de kleine fractie (< 22 mm) wordt afgevoerd. Ook hier is een ruimere marge voor hergebruik genomen ten opzichte van de bestaande regelgeving. Hierdoor hoeft minder nieuwe ballast aangevoerd te worden.

Schouwpaden: olivijn in plaats van porfier?

Om hergebruikt materiaal te kunnen toepassen, zal dit eerst verzameld en eventueel opgeknapt moeten worden. Vanuit verschillende BBV’s in de omgeving van Zeeland en West-Brabant worden daarom materialen opgeslagen op een ‘materialenhub’. Ook wordt in de pilot geëxperimenteerd met de toepassing van andersoortige materialen. Zo wordt voor de schouwpaden gebruik gemaakt van olivijn (een mineraal dat CO2 opneemt) in plaats van het gebruikelijke porfier. Verder wordt op een aantal sporen een alternatieve dwarsligger van zwavelbeton toegepast. Dat heeft een lagere milieu-impact dan cementbeton.

Nieuwe norm

Uiteindelijk is het de bedoeling dat circulariteit en duurzaamheid bij BBV de nieuwe norm worden. De directie van ProRail onderschrijft het belang van een circulaire BBV, zoals directielid Ans Rietstra in een videoboodschap uitlegt: