Zomer 2017 starten de werkzaamheden aan de Leeghwaterbrug, een verkeersbrug in de provinciale weg N242 over het Noordhollandsch Kanaal en onderdeel van de belangrijke zuidelijke rondweg van Alkmaar. In opdracht van de provincie Noord-Holland wordt brug B gerenoveerd en brug A vervangen. De oplevering is gepland voor 2018. Door allerlei omstandigheden binnen dit uiterst complexe en risicovolle project wordt de planning niet gehaald (vertraging van ruim vier jaar) en zijn ook de totale kosten uiteindelijk fors hoger dan begroot (22,2 miljoen in plaats van 11,4 miljoen). Reden voor de provincie om Arcadis de opdracht te verstrekken voor een procesevaluatie, met als doel samen met alle betrokkenen lessen te trekken uit het project en die te gebruiken bij andere aanbestedings- en uitvoeringstrajecten.

Wilma Schreiber
Patrick Kalders, projectleider en evaluator bij Arcadis, en Frank van Schaik, senior project-manager bij Arcadis, stelden in samen-spraak met de provincie Noord-Holland, de gemeente Alkmaar en opdrachtnemer SPIE als meest betrokken stakeholders een beoordelingskader op. Dit vormde de meetlat voor het project om te achterhalen op welke punten partijen het goed en minder goed gedaan hebben. De procesevaluatie resulteerde in 23 lessen en 8 hoofdaanbevelingen, weer onderverdeeld in 21 subaanbevelingen. Van Schaik en Kalders prijzen de open houding van betrokkenen. “Complexe grote projecten als de Leeghwaterbrug lopen regelmatig vertraging op of kosten meer dan bedoeld. Daarvoor is niet één kant-en-klare oplossing voorhanden. Dan is een open houding van belang, ook voor een cultuurverandering binnen de eigen organisatie in het omgaan met dergelijke projecten. Want je moet blijven leren. Dat is ook wat de provincie wil zijn: een lerende organisatie, en deze evaluatie illustreert dat. En doordat ook de opdrachtnemer is meegegaan in de evaluatie, heeft deze kunnen plaatsvinden zoals is gebeurd.”
Belangrijke ontsluiting
Beiden schetsen de Leeghwaterbrug als een uiterst complex en risicovol project. Van Schaik: “Allereerst moet een bestaand object, bestaande uit twee beweegbare brugdelen, deels worden omgebouwd en deels worden vernieuwd, terwijl de zaak in bedrijf moet blijven. Dat betekent doorgaans een complexe fasering. Ook de omgevingsfactoren maken het complex. Bovendien waren de belangen groot om er een succes van te maken, omdat dit stuk infrastructuur een enorm belangrijke ontsluiting vormt.” Kalders wijst in dat kader op een ander punt: “Er stonden tevens andere aanpassingen en renovaties in het gebied gepland. Als dit project vertraging opliep, zou het gelijktijdig plaatsvinden met aanpassingen in andere weggedeeltes en ertoe leiden dat alles vast komt te staan.”

‘VOOR COMPLEXE PROJECTEN IS NIET ÉÉN KANT-EN-KLARE OPLOSSING VOORHANDEN’

Beslissende momenten
Gevraagd naar punten die eruit springen in de evaluatie, noemt Kalders als beslissend moment toen duidelijk werd dat de aannemer niet geheel kon voldoen aan de eisen van de provincie. “In het verificatieproces heeft de provincie daar niet direct actie op ondernomen, wat achteraf gezien wellicht wel verstandiger was geweest. En hetzelfde geldt voor de beslissing tot het slopen van brug A voordat de vergunningverlening volledig was afgerond, omdat brug B vertraging had in het ontwerp.” Ook de voorbereiding verliep niet geheel vlekkeloos, stelt Van Schaik. “De provincie heeft gekozen voor een kort traditioneel aanbestedingstraject, waarin vooral schriftelijk werd gecommuniceerd met gegadigden. Redenerend vanuit het kortst mogelijke tijdpad een begrijpelijke keuze. Kijkend naar de scope van het project, kun je echter stellen dat er onvoldoende mogelijkheden zijn geweest voor een dialoog met de markt om te spreken over het contract en over oplossingen”, zegt hij. “Contractueel bleken er oplossingen mogelijk die niet wenselijk waren. In het bijzonder het hergebruik van een bestaande fundering, een aantrekkelijke optie voor de aannemer omdat hij dan goedkoper en sneller kan bouwen. Dit terwijl de provincie Noord-Holland ervan uitging dat er een volledig nieuwe brug gebouwd zou worden waarbij ook de fundering vervangen zou worden.”

‘ONVOORZIENE OMSTANDIGHEDEN ZIJN EERDER REGEL DAN UITZONDERING’

Acquimedia - Jos van Maarschalkerweerd
Gerenoveerde Brug B (oostelijke ringweg Alkmaar)
Valideren belangrijk
Het als opdrachtgever en opdrachtnemer valideren van vraag en aanbod direct na gunning had dit kunnen compenseren. “Ga niet direct rennen met elkaar, maar kijk eerst of je elkaar goed hebt begrepen. Als er dan issues zijn, kun je daar vroegtijdig achter komen. Ook niet leuk, maar dan kun je er nog wat aan doen. In dit project kwam het pas naar boven toen het al te laat was. Zo zijn partijen meerdere keren gaandeweg verrast. Dit heeft ook geleid tot discussies met stakeholders, met name over de constructieve veiligheid”, vervolgt Van Schaik. “Een goede voorbereiding heeft te maken met een passende contract- en aanbestedingsstrategie. In dit geval zijn wel erg veel risico’s bij de markt neergelegd, risico’s die de markt ook niet helemaal kon overzien. Omdat dit project zowel nieuwbouw als ombouw omvatte, kun je achteraf vaststellen dat een andere contractvorm (bijvoorbeeld Engineering & Construct in plaats van Design & Construct) passender was geweest.” Het contract bleek kwalitatief eveneens niet helemaal op orde. Zo waren de beheergegevens niet up-to-date, waren de eisen van stakeholders onvoldoende meegenomen en bevatte het contract diverse omissies. “Een contract hoeft ook niet altijd volledig te zijn, als je dat maar meldt aan de aannemer met het verzoek om het volledig te maken. Maar wat je meegeeft in het contract, moet wel juist zijn. Nu trof de aannemer een andere situatie aan dan verwacht. Verder waren de projectgrenzen niet helemaal duidelijk en bleek de scope dus multi-interpretabel. Allemaal ingrediënten die tot onduidelijkheid kunnen leiden als opdrachtgever en opdrachtnemer niet op één golflengte zitten”, stelt Van Schaik.
Links de gerenoveerde brug B en rechts de vervangen brug A
Investeren in relaties
Naast de contractuele kant heeft Arcadis ook aanbevelingen gedaan voor de relationele kant. “Een contract is niet voldoende voor een succesvol project, daar heb je ook een goede samenwerking voor nodig. Ook daar moet je aan de voorkant in investeren met elkaar en de relatie onderhouden en bijhouden”, zegt Kalders. “In dit project zijn heel veel personele wisselingen geweest. Soms is dat storend omdat kennis en de relatie uit het project verdwijnen, maar het kan ook verfrissend zijn en nieuwe energie brengen. Dat geldt voor de relatie tussen provincie, aannemer en stakeholders, maar ook voor de samenwerking tussen de verschillende afdelingen binnen de eigen organisatie van de provincie.” Van Schaik benadrukt hier het belang om tot vertrouwen te komen. “Je moet elkaar kennen om elkaar te gaan begrijpen, elkaar begrijpen om elkaar te gaan waarderen en elkaar waarderen om tot vertrouwen te komen – de basis voor samenwerking. Dit proces heeft weinig tot geen aandacht gekregen, omdat de planning en het behalen van mijlpalen zo belangrijk was. Vanwege de niet al te beste staat van onderhoud van de brug bevatte het contract ambitieuze deadlines en tussenmijlpalen, waar tevens behoorlijke boetes aan gekoppeld waren. De aannemer had daar ook voor getekend, het betrof een gedeelde verantwoordelijkheid. Als aannemer wil je die deadlines halen om boetes te vermijden. Als het dan tegenzit, kom je steeds verder in de verdrukking en heb je steeds minder tijd om over die zachte kant – de relatie – na te denken.” Ook hier had een concurrentiegerichte dialoog kunnen helpen, stelt Kalders. “Zeker bij zo’n project vallen er altijd lijken uit de kast en moet je rekening houden met onvoorziene omstandigheden, financieel en in de tijd. De ruimte was er nagenoeg niet – niet in de planning en niet in het budget. In de planning zijn echter beslissingen genomen die later voor nog meer oponthoud zorgden, vanwege herstel of doordat nieuwe problemen ontstonden. Zo ondervonden bedrijven in de omgeving hinder van de vertraging.”
“Bij uiterst complexe en risicovolle projecten houdt leren nooit op. Een open houding is nodig om samen te kunnen leren ”, stelt Patrick Kalders, projectleider en evaluator bij Arcadis | Foto: Arcadis
“Een goed begin is het halve werk. Trek in de voorbereiding wat meer tijd uit voor het leggen van een goede basis in plaats van snel te beginnen”, aldus Frank van Schaik, senior projectmanager bij Arcadis | Foto: Arcadis
Integrale aanpak
Intussen heeft de provincie Noord-Holland een deel van de aanbevelingen van Arcadis al opgepakt. “Dit soort projecten blijft ingewikkeld: ontwikkelingen gaan maar door. En Nederland is ook geen makkelijk land, alles is dicht op elkaar gebouwd: mobiliteit, woningen, bedrijventerreinen”, zegt Kalders. Van Schaik sluit zich hierbij aan: “Vergeet niet dat er heel veel disciplines samenkomen bij een beweegbare brug als de Leeghwaterbrug: civiele techniek, staalbouwkundige, werktuigbouwkundige, installatietechnische discipline – en dat ge-combineerd met stakeholdermanagement.
Dat vereist een integrale aanpak en het inbouwen van buffers voor onvoorziene omstandigheden. Want bij alle projecten van deze omvang met nieuwbouw en ombouw van iets bestaands zijn onvoorziene omstandigheden eerder regel dan uitzondering.”Gevraagd naar een concluderend advies, antwoordt Van Schaik: “Een goed begin is het halve werk. Trek in de voorbereiding wat meer tijd uit voor het leggen van een goede basis in plaats van snel te beginnen.” Kalders verwijst naar een citaat uit de circa twintig interviews die Arcadis voor de procesevaluatie hield: “Gooi zaken niet over de schutting, maar denk mee over wat de volgende partij nodig heeft en probeer dat te bieden. Omdat je met zoveel partijen werkt, is die samenwerking in de hele trits van contacten essentieel.” En, verwijzend naar het evaluatierapport: “Lees door de aanbevelingen heen, kijk wat voor jouw project relevant is en probeer daar iets mee te doen. Per project zullen dat weer andere aanbevelingen zijn: de ene keer is de voorbereiding wat meer van belang, de andere keer het contract of de samenwerking.”

 

Brugdek Brug B

Details project Leeghwaterbrug

De Leeghwaterbrug is een verkeersbrug in de provinciale weg N242 over het Noordhollandsch Kanaal en onderdeel van de belangrijke zuidelijke rondweg van Alkmaar. Naast ontsluiting voor Alkmaar-oost is de N242 een essentieel wegtraject richting Heerhugowaard, en verder richting zowel het noorden als het oosten. De weg vormt een van de drukste punten in het provinciale wegennetwerk. De Leeghwaterbrug, gelegen in de bebouwde kom van de gemeente Alkmaar, bestaat uit twee aparte beweegbare basculebruggen met vier overspanningen. Op de noordelijke brug A rijdt het verkeer naar het westen richting Alkmaar-Zuid en de A9. Op de zuidelijke brug B rijdt het verkeer in oostelijke richting naar Alkmaar-Oost en Heerhugowaard. De noodzaak voor de werkzaamheden lag met name in de staat van de objecten en de oeverconstructie. Brug A is in 1952 gebouwd op een lagere verkeersbelasting dan waar nu sprake van is. Zo maakt een grote hoeveelheid vrachtverkeer gebruik van de brug. Daarnaast is de N242 een belangrijke route voor exceptionele transporten. Hier is brug A niet voor geschikt. Beide bruggen vormen een kritische asset in de omgeving.
In opdracht van de provincie Noord-Holland is brug B gerenoveerd en brug A vervangen. De aanbesteding van de werkzaamheden vond plaats in 2016 en in de zomer van 2017 is gestart met de werkzaamheden. De oplevering was oorspronkelijk gepland in 2018.
Het evaluatierapport is openbaar en te downloaden op de site van de provincie Noord-Holland.
Projectfoto’s: Jos van Maarschalkerweerd, Acquimedia