De bewoners van huizen in de buurt van het spoor in Oisterwijk hebben last van trillingen door intercitylocomotieven (foto: Jeroen Bezem).

De NS laat zijn intercity’s tussen Breda en Boxtel binnenkort weer op de normale snelheid rijden. Uit een proef bleek dat het minderen van vaart niet leidt tot een afname van trillingen door het spoor. Vooral in de dorpen Oisterwijk, Rijen en Dorst klagen aanwonenden daarover. ProRail vestigt zijn hoop nu op innovaties.

Sinds tussen Eindhoven en Den Haag de snelle intercity’s door Traxx-locomotieven worden getrokken, regent het klachten van aanwonenden tussen Boxtel en Breda. De bewoners van huizen in de buurt van het spoor hebben last van trillingen. Ingenieursbureau Movares werd gevraagd onderzoek te doen en kwam tot de conclusie dat de Traxx-locomotieven op hogere snelheden substantieel meer trillingen veroorzaken, met name bij overwegen. Op de Brabantroute reden al langer Traxx-locs, maar die trokken goederentreinen en reden daarbij hooguit 90 km/u. De intercitytreinen bereiken snelheden tot 140 km/u. In december 2019, bij het ingaan van de nieuwe dienstregeling, startte daarom een proef met lagere snelheden: de intercity’s reden tijdelijk 115 km/u.

Onvoldoende resultaat
De afname van de trillingen bleek echter onvoldoende, waarna besloten is de intercity binnenkort weer op de normale snelheid te laten rijden. “De uitkomsten van het trillingsonderzoek en de enquête die is afgenomen bij omwonenden, geven helaas onvoldoende resultaat om het rijden met verlaagde snelheid voort te zetten”, aldus een woordvoerder van spoorbeheerder ProRail. “De metingen langs verschillende overwegen lieten een beperkte afname zien en op sommige plekken was zelfs een toename van trillingen te zien.” Uit de enquête bleek bovendien dat slechts 11 procent van de ondervraagden een verbetering heeft geconstateerd.

Innovaties Brabantroute
ProRail laat weten dat het nu met innovaties aan de slag gaat op de Brabantroute. Normaliter zou ProRail die naar eigen zeggen eerst nog enkele jaren aan allerlei tests onderwerpen voordat ze in de praktijk zouden worden gebruikt, maar gezien de urgentie op de Brabantroute gaat ProRail deze technieken nu toepassen als een ‘ultieme praktijktest’. De eerste innovatie is het inspuiten van schuim in het ballastbed, met de bedoeling de bodemspanning te verlagen. De tweede maatregel die geprobeerd wordt, is het aanbrengen van rubberen plaatjes – of ‘kussentjes’ – onder de dwarsliggers.

Bewezen techniek
Naast de twee innovaties gaat ProRail ook nog proberen de trillingen te reduceren door bij een of meer overwegen de betonnen ondergrond te vervangen door rubberen platen. Dit is een bewezen techniek, die volgens de spoorbeheerder op andere plaatsen in Nederland al succesvol is toegepast.

ShimLifts
Eerder was al gekozen, op voorstel van Movares, voor het toepassen van ShimLifts bij overwegen, die zouden zorgen voor een minder ‘harde’ overgang. De ShimLift is een soort kunststof wig die tussen de dwarsligger en de spoorstaaf wordt geschoven. Na een eerste, beperkte proef in Dorst werd deze ShimLift op nog vijf spoorwegovergangen toegepast. “Er werd een duidelijke afname in trillingen gemeten”, zegt de ProRail-woordvoerder. “Van zo’n 10 tot 30 procent. Alleen gaven de bewoners aan maar weinig verschil te ervaren.”

Planning
ProRail kan nog niet zeggen waar en wanneer de genoemde maatregelen in de praktijk worden gebracht. “Voor alle drie de maatregelen is een spoorvrije periode nodig”, zegt de woordvoerder. “Normaal gesproken plannen we dat minimaal twee jaar van tevoren. Maar gezien de urgentie is nu de intentie om het al in 2020 te realiseren.” Het is niet bekend of de coronacrisis deze planning kan versnellen of juist vertragen.