Coronavergoeding ov-bedrijven verlengd tot eind 2022

Ov-bedrijven - foto trein langs leeg perron

Ov-bedrijven kunnen ook in de laatste vier maanden van 2022 terugvallen op de Beschikbaarheidsvergoeding Openbaar vervoer(BVOV) om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen. Dat maakte staatssecretaris Vivianne Heijnen van IenW bekend op 14 april. Het kabinet heeft 140 miljoen euro gereserveerd voor de regeling in 2022.

Na het opheffen van de coronabeperkingen keren steeds meer reizigers terug in het openbaar vervoer. De benutting is echter nog niet op het niveau van voor de coronacrisis. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) verwacht dat het aantal reizigers dit jaar 88% zal bedragen ten opzichte van 2019. “Met dit besluit is er voor de reizigers en vervoerders zekerheid dat het ov-aanbod het hele jaar op peil kan blijven”, aldus Heijnen.

Flexibele vergoeding

De BVOV werd ingesteld in 2020, kort na het uitbreken van de coronacrisis. Tijdens de eerste gedeeltelijke lockdown was gebruik van het openbaar vervoer voorbehouden aan mensen met essentiële beroepen om de samenleving draaiend te houden. Met de BVOV konden de ov-bedrijven toch zoveel mogelijk hun gewone dienstregeling te blijven rijden.
In latere fases van de coronacrisis mochten alle Nederlanders het ov weer gebruiken, maar er bleven wel maatregelen van kracht om mobiliteit in te dammen en zo besmettingsrisico’s te reduceren. Met name het thuiswerken betekende vanzelfsprekend dat er sinds 2020 veel minder met het ov is gereisd dan voorheen.
De BVOV beweegt mee met de derving van inkomsten voor de ov-bedrijven. Bij toenemende reizigersaantallen daalt dus de vergoeding. In 2020 hebben vervoerders € 1,2 miljard aan vergoeding gekregen en in 2021 € 1,4 miljard. Voor 2022 volstaat € 140 miljoen, zo luidt de verwachting.

Scenario’s voor de komende jaren

Voor 2023 is nu nog niets bekend met betrekking tot de BVOV. Wetenschappelijk onderzoeker Peter Bakker van het KiM spreekt in een interview in OTAR magazine van deze maand (2022, #2) de verwachting uit dat treinreizigers in 2023 weer dezelfde afstand afleggen als 2019. De basisraming (BR) van het KiM stelt 97%; in het  pessimistische scenario (PS) is dat echter pas in 2026. Een nieuwe prognose van het KiM wordt in juni verwacht.

Voor 2026 is de verwachting dat reizigers meer afstand afleggen met de trein dan in 2019 (+7% in BR en +1% in PS). Voor het gebruik van bus, tram en metro zal die afstand 6% meer zijn (BR) dan in 2019 (+3% in PS).

Zorgen

De decentrale opdrachtgevers in het ov en belangenvereniging Rover zijn nog niet zonder zorgen. Zij vrezen dat de reizigers minder snel terugkeren in het ov dan het KiM en IenW verwachten. Zij houden er rekening mee dat het ov-aanbod in 2023 alsnog teruggeschaald moet worden.