Business cases miljardeninfra leunen nog te veel op fossiele brandstoffen

Investico-studie verwacht eerder krimp dan groei in havens

Fossiele brandstoffen - artist's impression - luchtbeeld
Beeld: archief OTAR - aangeleverd door Port of Amsterdam

De Nederlandse overheid houdt bij de aanleg van infrastructuur geen rekening met de klimaatmaatregelen die zijn afgesproken in het Parijs-akkoord. Dat zegt het journalistieke onderzoeksplatform Investico, dat de businesscases voor de Tweede Maasvlakte, Zeesluis IJmuiden en Zeesluis Terneuzen onderzocht. In de vervoersprognoses die ten grondslag liggen aan deze grootste waterbouwprojecten van de afgelopen twee decennia wordt nog gerekend met doorvoer van grote hoeveelheden fossiele brandstoffen. Wanneer de noodzakelijke energietransitie slaagt, is het nut van deze miljardenprojecten twijfelachtig. De havenbedrijven verwachten dat nieuwe brandstoffen, zoals waterstof, de krimp zullen opvangen. Deskundigen die door de onderzoekers zijn geconsulteerd zijn daar niet van overtuigd.

Investico deed het onderzoek in opdracht van Trouw, De Groene Amsterdammer en het online magazine Vers Beton. In die media is het volledige onderzoeksrapport te lezen. De onderzoeksjournalisten stelden vast dat ook de nieuwste plannen van het kabinet, gebaseerd op de meest recente vervoersprognoses van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, nog rekenen op fossiele doorvoer: in 2050 nog de helft van de huidige kolendoorvoer, en bijna gelijkblijvende aardoliedoorvoer. Ad van Wijk, hoogleraar duurzame energiesystemen aan de TU Delft, reageert bevreemd. “Dit rijmt helemaal niet met De Green Deal in Europa, dan wel met klimaatbeleid dat we in Nederland voor ogen hebben.”

Groeistrategie

Zonder de aanname dat grootschalige fossiele doorvoer blijft bestaan was de noodzaak voor die grootschalig uitgebreide infrastructuur minder geweest. Nederland voert al decennia een groeistrategie, zo analyseert Investico. Die komt neer op het bieden van steeds meer capaciteit en kwaliteit, zodat de goederen voor Europa via ons land binnenkomen. Dat heeft ook jaren gewerkt. Het ging evenwel vooral om fossiele brandstoffen (kolen, olie en gas). Die vormden in het afgelopen jaar een kwart van de goederen in het kanaal bij Terneuzen, de helft in de Rotterdamse haven en in Amsterdam zelfs tweederde.

Vervangingsvraag twijfelachtig

Deze groeistrategie lijkt aan het einde van zijn mogelijkheden. Met de nieuwe Zeesluis IJmuiden, de grootste ter wereld, kan de doorvoer nog ruim 30% groeien, tot 125 miljoen ton per jaar. Maar de afgelopen jaren groeide de Amsterdamse haven niet. Dat is deels te wijten aan de coronacrisis, maar deskundigen menen dat de het hoogtepunt van de vraag naar fossiele brandstoffen achter ons ligt. Fossiele energiebronnen gaan immers internationaal in de ban om de klimaatdoelen van Parijs te reaiseren. Economisch geograaf Walter Manshanden verwacht krimp in de haven in het voor ons liggende decennium. Over de vervangingsvraag waar de havens op rekenen is hij sceptisch: “Hernieuwbare energie is in essentie juist decentraal, we gaan niet meer op één plek heel veel aardolie en kolen uit de grond halen en verschepen.” Waterstof zou in de toekomst ook per pijpleiding getransporteerd kunnen worden van Noord-Afrika naar belangrijke havenklanten als Duitsland.

CPB-advies genegeerd

Het Centraal Planbureau (CPB) en Ecorys ontwikkelden de Basisprognoses Goederenvervoer 2020, een scenario waarin de opwarming van de aarde binnen de Parijse norm van maximaal 2 graden in 2050 zou blijven. Daarin is in 2050 het vervoer van kolen 75% lager dan tot nu toe verwacht, en voor olie min 40%. Het advies om dit scenario bij nieuwe infraprojecten door te rekenen is tot dusver bij geen enkel project overgenomen. Volgens het Ministerie van IenW had die extra analyse bij recente investeringen waarschijnlijk niet tot andere inzichten geleid.

> Lees hier het uitgebreide artikel van Investico