“Bouwopgave infrastructuur vraagt gezamenlijke nieuwe aanpak”

Foto: Ton Borsboom

De flinke en complexe bouwopgave voor de Nederlandse infrastructuur in de komende decennia vraagt om een gezamenlijke, nieuwe aanpak van Rijkswaterstaat en de GWW-sector. Minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) heeft in een brief aan de Tweede Kamer gemeld welke stappen zij wil zetten om betere samenwerking te bevorderen, zodat risico’s beter worden beheerst en de benodigde innovaties worden gerealiseerd.

Rijkswaterstaat en de Grond-Weg- en Waterbouwsector (GWW-sector) staan aan de vooravond van een forse maatschappelijke opgave. De komende jaren moet een flink aantal grote complexe infrastructuurprojecten worden uitgevoerd en neemt het totale werkpakket aan beheer, onderhoud, vervanging en renovatie toe. Het werk wordt bovendien complexer: de toepassing van nieuwe technologie, de duurzaamheidsambities en de complexe omgeving vragen om nieuwe oplossingen. Het uitvoeren van deze opgave zal ook voor de markt een forse uitdaging zijn.

Beschikbaarheid marktpartijen
Nederland heeft nu maar een kleine groep bedrijven die deze complexe bouwopdrachten aankan. Om genoeg marktpartijen te blijven interesseren voor de projecten en zo voldoende concurrentie te houden, is een nieuwe aanpak voor de totale bouwproductieketen noodzakelijk. Uit onderzoek dat Rijkswaterstaat met McKinsey&Company in opdracht van de minister heeft uitgevoerd, blijkt dat Rijkswaterstaat als grote opdrachtgever in de GWW-sector de koers van het inkoop- en marktbeleid hierop zal moeten bijsturen.

Ook wordt ingezet op maatregelen die kunnen bijdragen aan het verbreden van de GWW-markt. Afhankelijk van het type werk en de opgave zal Rijkswaterstaat een gerichte markstrategie uitwerken waarbij naar nieuwe deelnemers in de markt wordt gezocht. In de strategie worden naast het MKB ook startups voor innovaties en bedrijven buiten de gangbare GWW-sector betrokken, zoals de installatiebranche.

Transitie
Rijkswaterstaat komt daarom eind dit jaar met een met de sector afgestemd plan van aanpak voor de benodigde transitie. In het plan van aanpak worden structurele maatregelen opgenomen die bedoeld zijn om een betere verhouding risico-rendement in de GWW-sector te bereiken, vernieuwing te stimuleren en productiviteit te vergroten. De voorspelbaarheid van het werk voor de sector wordt verbeterd en -gezien alle snelle ontwikkelingen op het gebied van ICT en Smart Mobility, wordt er geïnvesteerd in kennis en competenties.

Contractvormen
Voor de kortere termijn komt Rijkswaterstaat met vernieuwingen in de contracten. Het gaat daarbij om experimenten met het tweefase-proces en om het portfoliocontract. In het tweefase-proces volgt de prijsbepaling voor de bouwfase pas ná de ontwerp- of engineeringsfase. Er is dan meer informatie bekend, wat leidt tot minder onzekerheden en financiële risico’s. Daarnaast moet langetermijnperspectief voor marktpartijen worden geboden om innovatie te stimuleren. Een manier om dit te doen voor projecten met een repeterend karakter of projecten binnen een ontwikkeltraject, is het bundelen van projecten in een portfoliocontract.

Uit het onderzoek van Rijkswaterstaat en McKinsey blijkt dat deze contractvormen perspectief bieden op een betere risicoverdeling (tweefase-proces) en voldoende volume en voorspelbaarheid creëren voor de markt om rendabel te innoveren in de projecten (portfolio). Hiermee krijgt de markt ruimte om de productiviteit te vergroten en met innovatieve oplossingen te komen voor complexe opgaven.

Consultatieronde
De afgelopen maanden is door de minister en Rijkswaterstaat overleg gevoerd met een brede afspiegeling van de bouwsector, brancheorganisaties en vele andere marktpartijen. De brede consultatie is uitgevoerd om de analyse in het rapport en de daarin voorgestelde oplossingsrichtingen met elkaar te toetsen en waar mogelijk te versterken. De uitdagingen en de urgentie voor de sector worden breed herkend door de geconsulteerde partijen.

Minister Van Nieuwenhuizen is blij dat Rijkswaterstaat en de bouwsector samen aan de slag gaan voor de benodigde transitie: “We hebben een grote maatschappelijke opgave met elkaar. Het is voor ons en de bouw belangrijk dat we de risico’s beter beheersen en samen optrekken om in te kunnen spelen op de nieuwe technologieën. De uitdagingen zijn groot: het werk wordt steeds complexer en ook de druk om voldoende mensen te hebben voor de projecten is hoog.”

Positief ontvangen
Het vernieuwingsinitiatief van de minister is positief ontvangen door marktpartijen. Voorzitter Maxime Verhagen van Bouwend Nederland juicht een grotere voorspelbaarheid en continuïteit in het aanbod van projecten toe. “De huidige aanbestedingspraktijk van Rijkswaterstaat richt zich te veel op de laagste prijs en legt risico’s eenzijdig neer bij de opdrachtnemer”, zo stelt hij. Doekle Terpstra, voorzitter van Techniek Nederland, vindt het een belangrijk signaal dat Rijkswaterstaat hiervoor een marktstrategie gaat uitwerken om in aanbestedingen meer ruimte creëren voor innovatie en de eerlijker verdeling van risico’s. Pieter van Oord, CEO Van Oord: “Met een betere verhouding tussen risico en rendement kunnen we de positie van de bouw versterken, financieel gezien, maar ook met meer oog voor duurzaamheid, innovatie en digitalisering.” Ook Bernard Wientjes, De Bouwagenda, is positief: “Wij zijn als De Bouwagenda erg blij met de stappen die de minister aankondigt om naar een vitale markt te komen. Dit moet gaan leiden tot een passende risicoverdeling en voldoende volume en voorspelbaarheid om rendabel te innoveren. De Bouwagenda staat voor de transitie naar een volledig energieneutrale en circulaire gebouwde omgeving in 2050. In deze beweging zijn traditionele oplossingen niet langer toereikend. Het vraagt een nieuwe manier van werken, zowel bij opdrachtgevers als bij bedrijven.”

Bouwopgave Rijkswaterstaat
Rijkswaterstaat staat voor een grote opgave: niet alleen worden de komende jaren meer vele bruggen, tunnels, sluizen en stuwen opgeknapt maar ook dijken worden versterkt en grote aanlegprojecten gerealiseerd. Het werk is complex: er is vraag naar nieuwe functionaliteiten, met name onder invloed van de snelle technologische ontwikkelingen in de ICT en datawereld, duurzaamheid, circulariteit en het energieneutraal maken, stellen nieuwe en hogere eisen aan de realisatie van nieuwe en het vernieuwen van bestaande infrastructuur.

Daarbij moet de mobiliteit bovendien zoveel mogelijk doorgang vinden terwijl we het netwerk op peil houden. Het veilig en leefbaar realiseren in een dichtbevolkt land vraagt het uiterste van zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers in de sector.