Het gestorte granuliet in Over de Maas heeft volgens onderzoeksbureau Arcadis geen negatieve effecten voor mens en milieu (foto: Jac van Tuijn).

Nieuw onderzoek van Arcadis stelt dat het gestorte granuliet in Over de Maas geen negatieve effecten heeft voor mens en milieu. Er is in de grond, het grond- en oppervlaktewater ook geen acrylamide aangetroffen. Die kankerverwekkende stof zou kunnen ontstaan bij de afbraak van polyacrylamide, dat bij de productie van granuliet wordt toegevoegd als flocculant.

Het onderzoek van Arcadis was opgezet om resterende vragen te beantwoorden en zorgen en onrust over granuliet weg te nemen. Er zijn onder meer monsters genomen van het toegepaste granuliet en het grond- en oppervlaktewater. Staatssecretaris Van Veldhoven heeft het onderzoek naar de Tweede Kamer gestuurd. Van Veldhoven: “De conclusies zijn duidelijk en bevestigen dat het granuliet in ‘Over de Maas’ veilig is voor mens en milieu. Ik vind het vervelend dat mensen zich zorgen hebben gemaakt over het gebruik van granuliet. Daarom ben ik blij dat dit rapport er nu ligt. Ik hoop dat met deze bevestiging de vragen en zorgen die veel mensen vooral in de omgeving van Over de Maas hadden, zijn weggenomen.”

Nog niet overtuigd
Het BNN/VARA-programma Zembla, dat de discussie over granuliet in de media in gang zette, en het Burgercollectief Dreumel, de actievoerders van het eerste uur, hebben zich door het Arcadis-rapport en de uitspraken van de staatssecretaris nog niet laten overtuigen. Maar uit een deel van hun argumenten is in het rapport wel de angel gehaald, met name omdat zij beide vooral hamerden op het gevaar van acrylamide, dat door Arcadis dus niet is aangetroffen. Voor het burgercollectief lijkt op dit moment weinig meer te resteren dan het in twijfel trekken van de onafhankelijkheid van Arcadis – dat volgens hen Rijkswaterstaat, de wegenbouwers en de baggeraars als beste klanten heeft. Zembla voert in een reactie gepensioneerd milieuchemicus Joop Harmsen op, die zo’n veertig jaar verbonden was aan onderzoeksinstituut Alterra (Wageningen Universiteit). Hij stelt dat het onderzoek een momentopname is: “Er is niet goed onderzocht wat de gevolgen op lange termijn zijn. En dan moet je geen risico nemen.” En: “Ook na dit rapport weten we nog steeds niet hoe polyacrylamide zich in de toekomst gaat gedragen. En dat is steeds mijn punt geweest”, zegt Harmsen tegen Zembla.

Onvoorstelbaar
Opmerkelijk, want de bij de granulietproductie gebruikte flocculant is Ecopure P-1715 en deze polyacrylamide wordt ook toegepast bij onder andere de zuivering van drinkwater, de behandeling van afvalwater, als bodemverbeteraar en ter beperking van erosie op bouwplaatsen. Het is onvoorstelbaar dat voor al die toepassingen een flocculant wordt gekozen waarvan niet bekend is hoe deze zich op de langere termijn gedraagt. Zo is het dan ook niet: er is wel degelijk onderzoek gedaan naar polyacrylamide en acrylamide in het milieu. Acrylamide breekt binnen twee weken voor 99 procent af.

Laboratoriumonderzoek
Ook Arcadis heeft de gebruikte flocculant onderzocht. Twee monsters van de flocculant P-1715 verkreeg het onderzoeksbureau via de granulietproducent en via de leverancier van de flocculant. Deze zijn in het laboratorium van SGS te Antwerpen geanalyseerd op de aanwezigheid van acrylamide (door middel van LC-MS). In de flocculant is 0,25 en 0,41 mg/kg acrylamide gemeten (gemiddeld 0,33 mg/kg). Dit is lager dan aangegeven door de producent (150 mg/kg). Vanwege het aanzienlijke verschil tussen de opgave en de analyse door SGS is dit vervolgens aanvullend geverifieerd bij een ander laboratorium (RPS). Bij deze analyse is geen acrylamide aangetoond boven de detectiegrens van 10 mg/kg.

Ruim beneden de detectiegrens
Het gemeten gehalte acrylamide is laag”, schrijft Arcadis in het rapport. “Wanneer 0,33 mg/kg acrylamide aanwezig is in de flocculant, en de flocculant wordt met een gehalte van 130 mg/kg droge stof aan granuliet toegevoegd, dan resulteert dit (rekenkundig) in een gehalte acrylamide in granuliet van 0,000043 mg/kg d.s. (0,043 μg/kg d.s.). Dit ligt ruim beneden de detectiegrens van 0,010 mg/kg d.s. (10 μg/kg d.s.) in grond en de laagste haalbare detectiegrens die is getest in schudproeven van 0,001 mg/kg d.s. (1 μg/kg d.s.).”

‘Acrylamide blijft in de waterfase’
Milieuchemicus Harmsen heeft bij die passage in het Arcadis-rapport wel de nodige kanttekeningen: “Voor de leek lijkt dit heel wetenschappelijk, maar het is het niet, het is zelfs onjuist. Bij de productie van granuliet wordt er polyacrylamide toegevoegd aan het proceswater. Polyacrylamide bindt zich aan de vaste deeltjes en eventueel aanwezig acrylamide blijft in de waterfase. Het doel is om een product met zo weinig mogelijk water over te houden. Het water wordt gecirculeerd en er wordt opnieuw polyacrylamide toegevoegd. Acrylamide kan dus in principe accumuleren in de waterfase.” Daarmee blijft acrylamide grotendeels achter op de productielocatie, waar het dus snel afbreekt. Het gestorte granuliet bevat enkel polyacrylamide.

Micro-organismen noodzakelijk
Het probleem is volgens Harmsen dat over het gedrag van de polyacrylamide op de bodem van de plas nog te weinig bekend is. “Afbraak van polyacrylamide in acrylamide vindt alleen plaats als er afbrekende micro-organismen aanwezig zijn en de omstandigheden voor afbraak gunstig zijn. Het is niet te verwachten dat in gemalen gesteente, wat granuliet is, micro-organismen aanwezig zijn die polyacrylamide kunnen afbreken. Het is voor afbraak noodzakelijk dat er een voldoende grote en actieve populatie micro-organismen aanwezig is. Hiervoor is tijd nodig en de juiste milieuomstandigheden voor de micro-organismen om actief te kunnen zijn. De benodigde tijd kan lang zijn. Dat er geen tot weinig organische stof in granuliet zit is niet bevorderlijk voor de biologische activiteit. Hoelang het zal duren voordat er afbraak zal plaats vinden, weten we niet, maar afwezigheid van acrylamide op dit moment zegt niets over de toekomst. De betekenis van de uitgevoerde acrylamidemetingen is dus zeer beperkt.”

Langzame afbraak
Arcadis heeft in het onderzoek niet alleen naar acrylamide gekeken, maar ook polyacrylamide onder de loep genomen. Daarbij komt het bureau tot een andere conclusie dan Harmsen. “Bij het afscheiden van granuliet uit de waterfase wordt gebruikgemaakt van anionisch polyacrylamide”, schrijft Arcadis. “Anionisch polyacrylamide is minder toxisch dan kationisch polyacrylamide. Het vrijkomen van acrylamide bij de afbraak van polyacrylamide is mogelijk, maar wordt niet waargenomen bij aerobe afbraak. Er is wel een aantal literatuurartikelen waarin gesproken wordt over ophoping van acrylamide in een anaerobe reactor onder geoptimaliseerde omstandigheden. Vorming van acrylamide onder milieuomstandigheden is hierdoor niet uit te sluiten, maar indien het optreedt, is de verwachting dat dit langzaam is vanwege de lagere temperaturen en geen optimale omstandigheden.” Waar Harmsen dus zegt ‘er is niet voldoende bekend, dus ben er voorzichtig mee’, daar schat Arcadis de kans op het vrijkomen van acrylamide op de bodem van de plas erg laag in, omdat de omstandigheden daarvoor verre van optimaal zijn.

Granuliet is geen grond
Zembla wijst er in haar reactie op dat Arcadis geen onderzoek heeft gedaan naar de vraag of granuliet grond is. “Het verondiepen van een natuurplas mag alleen met een stof die als grond gekwalificeerd wordt. En volgens meerdere deskundigen, ook binnen het ministerie en Rijkswaterstaat zelf, is dat niet het geval”, schrijft Zembla. Arcadis geeft in het rapport echter wél aan dat granuliet in sommige gevallen mogelijk minder geschikt is als bovenste laag. Bij veel plassen die verondiept worden, is de bovenste laag standaard een leeflaag die bestaat uit bijvoorbeeld aarde. Ook bij het project Over de Maas is het gebruikte granuliet overal afgedekt met zo’n leeflaag. De vergelijking met geel zand en tuinaarde in de achtertuin dringt zich op. Op geel zand zal nauwelijks iets groeien, dus leg je er een toplaag met tuinaarde bovenop. Dat wil echter geenszins zeggen dat het gele zand schadelijk is voor het milieu. Overigens staat staatssecretaris Van Veldhoven op het standpunt dat bij verondiepen in het algemeen het milieu nog beter beschermd moet worden. Zij wil hiervoor dan ook meetbare ecologische criteria opstellen.